Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“kankercodepraat”)
.
“ben jij een vriend?”)
.Meteen aan het begin van dit gesprek maakt [medeverdachte 4] duidelijk dat hij blij is dat hij verdachte aan de lijn heeft (
“nou wat ben ik blij dat ik je effe hoor zeg, jonge jonge jonge”), dat het die nacht
“een bak ellende”was en dat hij
“de jongens helemaal niet meer te pakken (krijgt) al sinds vanmorgen niet”. [medeverdachte 4] zegt dat hij niet weet wat hij
“nou moet doen”en dat hij een
“beetje in paniek”is waarop verdachte hem antwoordt dat hij
“dat niet moet zijn, effe rustig”. Volgens [medeverdachte 4] donderde
“het”vannacht
“helemaal in mekaar (elkaar)”. Er wordt daarna gesproken over fietsen die [medeverdachte 4] nog bij zich heeft en aanhangers die hij
“er ook nog in (heeft) staan”. Uit het vervolg van het gesprek en de hierna te noemen contacten tussen verdachte en [medeverdachte 4] maakt de rechtbank op dat verdachte over de verdere aanpak contact zal opnemen met (een) derde(n):
“ga ik effe voor je eh opzoeken voor je. Jij krijgt effe zo snel mogelijk een eh dingetje van mij terug (…) ik ga nu effe contact opzoeken (…) ik ga effe contacten, je hoort me zo weer”. Om 16:04 uur stuurde verdachte in antwoord op de vraag van [medeverdachte 4]
“waarom de planning niet oppakt”de volgende sms-berichten:
“Terug mensen zijn er niet meer. Dus is lading over datum” en “Ben ik aan het uitzoeken maar door tijd is niet iedereen meer op zijn plaats. Hoor ik van secretaresse.”In het daaropvolgende telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte 4] (16:07 uur) zegt verdachte dat [medeverdachte 4] het beste terug kan komen
“want uh dingen zijn over datum”waarna [medeverdachte 4] zegt dat
“de andere fietsen er ook nog in (staan)”, hetgeen verdachte beaamt. Verdachte vertelt [medeverdachte 4] vervolgens dat hij Noorwegen weer uit moet en dat dit “
ook in opdracht van de klant” is, de klant “
accepteert het niet meer”. Over de schade zegt verdachte tegen [medeverdachte 4] :
“daar gaan we het met de klant nog even over hebben.”Na dit gesprek stuurde verdachte een sms-bericht aan [medeverdachte 4] dat luidt:
“Volgens planning kan je gewoon doorrijden met de vracht. Niet uitklaren. Aansluitingen gemist. Moet opnieuw verstuurd worden. Dus kom maar terug”. [medeverdachte 4] antwoordde daarop per sms dat hij de dezelfde route neemt als altijd (
“oké duidelijk neem dezelfde route als altijd”).
“ok gooi de rest van deze onzin maar weg.”Toen [medeverdachte 4] zes minuten later werd aangehouden waren alle sms-berichten van zijn telefoon gewist.
“oke duidelijk neem dezelfde route als altijd”)
.Verdachte en [medeverdachte 4] spraken bovendien in versluierende taal over de lading die [medeverdachte 4] vervoerde. Immers, ze hebben het over fietsen, aanhangers en lading die over datum is terwijl [medeverdachte 4] , naast de drugs, alleen Crocs vervoerde. Daar komt nog bij dat [medeverdachte 4] in de gesprekken met zijn vrouw kort daarvoor ook in codetaal spreekt over de lading. Verder maakte verdachte aan [medeverdachte 4] kenbaar dat
“we”het met de klant nog over de schade gaan hebben. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de inhoud van de gesprekken en berichten dat verdachte ten opzichte van [medeverdachte 4] een instruerende rol had en dat verdachte - direct of indirect - contact onderhield met de afnemers van de drugs. De nauwe betrokkenheid van verdachte bij het drugstransport en de organisatie daarvan leidt de rechtbank verder af uit de verklaring van [medeverdachte 4] dat verdachte hem vroeg of hij het zag zitten om voor hem weer internationaal te gaan rijden.
nietin het tenlastegelegde geldbedrag is opgenomen. Verder begrijpt de rechtbank dat het openbaar ministerie bij zijn berekening van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag niet is uitgegaan van de correctie van het bedrag aan contante opnamen (€ 219.820 in plaats van € 222.870), opgenomen in ambtshandeling 103 (AMB-103 in aanvulling procesdossier). De rechtbank zal ook van laatstgenoemd bedrag uitgaan, aangezien dit in het voordeel van verdachte en [medeverdachte 2] is.
- met ingang van 15 augustus 2018 kenteken [kenteken 1] , op 31 januari 2019 aangetroffen in een loods in Voorschoten;
- met ingang van 15 november 2018 kenteken [kenteken 2] , op 15 oktober 2019 met daarin bestuurster [naam 6] staande gehouden in de buurt van de percelen [adressen] ;
- met ingang van 12 november 2018 kenteken [kenteken 3] , gekocht op 12 november 2018 voor € 3.000, welk bedrag per kas is betaald (DOC-023, 33-39)
- rendement uit sharing, een spaarsysteem van Thaise mensen;
- rendement uit verstrekte geldleningen;
- omzet uit twee Thaise massagesalons;
- omzet uit de aan- en verkopen van auto’s;
- lease/verhuur van auto’s aan derden;
- doorverhuren van onroerend goed;
- rendement uit het overboeken van geld voor Thaise mensen.
de rechtbank begrijpt: de shares die verdachte initieerde) geen bedrijfsactiviteit van één van die bedrijven is (V-001-01, p. 14 en V-001-02, p. 3). In het licht van deze verklaring gaat de rechtbank voorbij aan het bij pleidooi door de raadsman opgeworpen punt dat ten onrechte alleen de winst en niet de opbrengsten uit de shares in de door het openbaar ministerie gemaakte rekensom is meegenomen. Ook de ter zitting besproken overeenkomsten waarbij [naam 7] woonachtig in Thailand aan diverse vennootschappen geld tot een bedrag van in totaal € 980.000 heeft geleend, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet gelden als stukken die de verklaring van verdachte onderbouwen en die zijn verklaring over de herkomst daarmee verifieerbaar en controleerbaar maken. Buiten dat de nodige vraagtekens zijn te plaatsen bij de echtheid van deze overeenkomsten nu deze zijn gedateerd in oktober 2017 en pas in december 2018 lijken te zijn gemaakt, geldt dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat het niet gaat om gelden die daadwerkelijk zijn geleend/betaald, maar het een zogeheten zekerheidsstelling betreft voor de gelden die in het kader van shares door deze [naam 7] in Thailand voor verdachte worden beheerd. Deze uitleg strookt echter geenszins met de inhoud van de overeenkomsten en biedt daarmee geen onderbouwing van de herkomst van de contant gestorte gelden.
willekeurig storten), hetgeen enige controle, voor zover al mogelijk, nog verder bemoeilijkt.
) -met legale bedrijfsactiviteiten inkomsten van ruim € 520.000 gehad, hetgeen de herkomst van de contante stortingen van bijna 1,4 miljoen euro niet verklaart.
(ZD 002, resume p. 15). [medeverdachte 1] heeft de genoemde stukken vervalst in opdracht van verdachte. [medeverdachte 2] heeft bankafschriften van [bedrijf 1] en facturen vervalst en heeft deze aan de Belastingdienst overgelegd. Op 31 januari 2019 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woningen van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Verdachte en [medeverdachte 1] gingen na deze invallen gewoon door met het opmaken van valse stukken. Zo heeft [medeverdachte 1] op 23 mei 2019 ten behoeve van [naam 6] een valse werkgeversverklaring, valse bankafschriften en valse salarisspecificaties opgemaakt en heeft deze naar verdachte gestuurd. Verdachte heeft de stukken doorgestuurd naar een bedrijf in woningverhuur. De gestructureerdheid van de samenwerking blijkt uit de hoeveelheid vervalste stukken, de duur van deze handelingen en het gegeven dat zelfs na de doorzoeking het vervalsen van stukken nog werd voortgezet.
AMB-064). Na de aanhouding van [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 2] op verzoek van verdachte de factuur van de Ierse advocaat van [medeverdachte 3] betaald en hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] betalingen aan [medeverdachte 3] gedaan.
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) met haar sprak over de ritjes die hij maakte naar Engeland en Ierland en dat hij tegen haar zei dat hij met drugs naar die landen reed. Haar verklaring vindt steun in de omstandigheden dat deze reizen grotendeels gefinancierd werden door [medeverdachte 2] , dat [medeverdachte 1] voor die reizen voertuigen heeft gebruikt die op naam van één van de ondernemingen van verdachte stonden en dat de bankrekening van [medeverdachte 1] in de periode waarin de reizen plaatsvonden, voornamelijk werd gevoed met gelden afkomstig van de bankrekeningen van [bedrijf 1] en [medeverdachte 2] . In totaal werd in de periode van 11 december 2017 tot en met 31 december 2018 € 21.579 overgeboekt. Daarnaast werden de vaste lasten van [medeverdachte 1] in deze periode vanaf de rekening van [bedrijf 1] voldaan.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Verbeurdverklaring
8.Onttrekking aan het verkeer
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
10 (TIEN) JAAR.