Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
verdachte sinds 12 mei 2016), [bedrijf 3] (
verdachte sinds 11 augustus 2017 via [bedrijf 2]), [bedrijf 4] (
verdachte sinds 12 januari 2015), [bedrijf 5] (
verdachte sinds 27 december 2017 via [bedrijf 2]), [bedrijf 6] (
verdachte sinds 30 oktober 2017), [bedrijf 7] BV (
verdachte sinds 30 oktober 2017) en [bedrijf 8] (
verdachte via [bedrijf 9] sinds 23 juli 2015) (AMB-017).
V-002-02, p. 6 en zijn verklaring ter zitting). Hij was ook verantwoordelijk voor de belastingaangiften van alle hiervoor genoemde vennootschappen (V-002-01, p. 11).
nietin het tenlastegelegde geldbedrag is opgenomen. Verder begrijpt de rechtbank dat het openbaar ministerie bij zijn berekening van het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag niet is uitgegaan van de correctie van het bedrag aan contante opnamen (€ 219.820 in plaats van € 222.870), zoals volgt uit ambtshandeling 103 (opgenomen in de aanvulling procesdossier). De rechtbank zal ook van laatstgenoemd bedrag uitgaan, aangezien dit in het voordeel van verdachte en [medeverdachte 1] is.
de rechtbank begrijpt: het spaarsysteem sharing) en dat deze bedragen in overleg met [medeverdachte 1] op willekeurige bankrekeningen zijn gestort (V-002-01, p. 14). Verder heeft verdachte verklaard dat de rechtspersonen ook nog inkomsten hebben (gehad) uit de lease/verhuur van auto’s en onroerend goed. Verdachte heeft, zo begrijpt de rechtbank zijn verklaring, daarbij altijd genoegen genomen met de door [medeverdachte 1] gestelde herkomst van de gelden. Als het gaat om de administratieve verantwoording komt de verklaring van verdachte erop neer dat er, anders dan de bankafschriften en de bij hem thuis aangetroffen mappen met inhoud, geen deugdelijke administratie voorhanden is en hij nog overzichten moet maken van de uitstaande leningen en de shares.
- rendement uit sharing, een spaarsysteem van Thaise mensen;
- rendement uit verstrekte geldleningen;
- omzet uit twee Thaise massagesalons;
- omzet uit de aan- en verkopen van auto’s;
- lease/verhuur van auto’s aan derden;
- doorverhuren van onroerend goed;
- rendement uit het overboeken van geld voor Thaise mensen.
de rechtbank begrijpt: de shares die [medeverdachte 1] initieerde) geen bedrijfsactiviteit van één van die bedrijven is (V-001-01, p. 14 en V-001-02, p. 3). De ter zitting besproken overeenkomsten waarbij [naam 1] woonachtig in Thailand aan diverse vennootschappen geld tot een bedrag van in totaal € 980.000 heeft geleend, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet gelden als stukken die de verklaringen over de herkomst van de gelden daarmee verifieerbaar en controleerbaar maken. Buiten dat de nodige vraagtekens zijn te plaatsen bij de echtheid van deze overeenkomsten nu deze zijn gedateerd in oktober 2017 en pas in december 2018 door verdachte zijn gemaakt, is niet gebleken dat de geleende bedragen op enig moment daadwerkelijk aan de vennootschappen zijn betaald.
willekeurig storten), hetgeen enige controle, voor zover al mogelijk, nog verder bemoeilijkt.
) -met legale bedrijfsactiviteiten inkomsten van ruim € 520.000 genoten, hetgeen de herkomst van de contante stortingen van bijna 1,4 miljoen euro niet verklaard.
rondgepompt), dit alles zonder zakelijke, bedrijfseconomische grondslag. Ook heeft verdachte bewust stortingen onder de grens van € 15.000 gedaan om te voorkomen dat de bank moeilijk zou gaan doen en vragen zou stellen. Verdachte geeft aan te hebben vertrouwd op wat [medeverdachte 1] over de herkomst van de gelden zei en te doen wat [medeverdachte 1] hem opdroeg. Tegelijkertijd stelt de rechtbank vast dat:
“wat niet weet, wat niet deert”geen vragen gesteld en geen enkel onderzoek verricht naar de herkomst van de gelden, waar dat wel geboden was en van hem in zijn hoedanigheid van boekhouder en bestuurder ook verwacht mocht worden. Naast het afstorten heeft verdachte ook vervolghandelingen ten aanzien van de gelden verricht: overboekingen naar andere rekeningen van vennootschappen binnen de bedrijfsgroep en privé uitgeven van gelden. In het licht van al deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte minst genomen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de contante gelden die hij van [medeverdachte 1] kreeg en afstortte, van misdrijf afkomstig waren. Het primair ten laste gelegde kan daarmee bewezen worden verklaard.
geldbedragenheeft witgewassen en in het kader van de strafmaat zal uitgaan van het hiervoor genoemde bedrag van € 1.512.574.
.[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gingen na deze invallen gewoon door met het opmaken van valse stukken. Zo heeft [medeverdachte 2] op 23 mei 2019 ten behoeve van [naam 2] een valse werkgeversverklaring, valse bankafschriften en valse salarisspecificaties opgemaakt en heeft deze naar [medeverdachte 1] gestuurd. [medeverdachte 1] heeft de stukken doorgestuurd naar een bedrijf in woningverhuur. De gestructureerdheid van de samenwerking blijkt uit de hoeveelheid vervalste stukken, de duur van deze handelingen en het gegeven dat zelfs na de doorzoeking de vervalsingen nog werden voortgezet.
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) met haar sprak over de ritjes die hij maakte naar Engeland en Ierland en dat hij tegen haar zei dat hij met drugs naar die landen reed. Haar verklaring vindt steun in de omstandigheden dat deze reizen grotendeels gefinancierd werden door verdachte, dat [medeverdachte 2] voor die reizen voertuigen heeft gebruikt die op naam van één van de ondernemingen van [medeverdachte 1] en verdachte stonden en dat de bankrekening van [medeverdachte 2] in de periode waarin de reizen plaatsvonden, voornamelijk werd gevoed met gelden afkomstig van de bankrekeningen van [bedrijf 1] en verdachte. In totaal werd in de periode van 11 december 2017 tot en met 31 december 2018 € 21.579 overgeboekt. Daarnaast werden de vaste lasten van [medeverdachte 2] in deze periode vanaf de rekening van [bedrijf 1] voldaan.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Verbeurdverklaring
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
3 (DRIE) JAREN.