In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van het geschil tussen AM B.V. en Thunnissen Bouw B.V. Thunnissen Bouw stelde zich onbevoegd omdat partijen een arbitraal beding hadden overeengekomen in de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de Uitvoering van Werken 1989 (UAV 1989), die volgens haar van toepassing waren op de overeenkomst.
AM betwistte de toepasselijkheid van de UAV 1989 op de aannemingsovereenkomst van 7 juli 2008 en stelde dat deze voorwaarden niet expliciet waren overeengekomen. De rechtbank oordeelde dat de UAV 1989 wel degelijk onderdeel uitmaken van de overeenkomst, gelet op eerdere schriftelijke stukken, bevestigingsbrieven en het feit dat partijen professionals zijn die dergelijke voorwaarden gebruikelijk achten.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om van het geschil kennis te nemen en verwees de zaak naar de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Tevens werd AM veroordeeld in de proceskosten van zowel het incident als de hoofdzaak, aangezien zij nodeloos kosten had veroorzaakt door de zaak bij de verkeerde rechter aanhangig te maken.