Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 april 2021 in de zaak tussen
[X] BV, gevestigd te [Z] , verzoekster,
de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de Minister,
Procesverloop
Overwegingen
- (primair) vast te stellen dat de Minister ten onrechte en op onjuiste gronden stelt dat de uitvoervergunning terzake van de liften niet kan worden verstrekt en dat de Minister gehouden is toestemming te verlenen;
- (subsidiair) toe te staan om de liftdeuren (en zo mogelijk de liften zelf) te leveren en te monteren hangende de bezwaar- en beroepsprocedure; en
- (meer subsidiair) de Minister op te dragen om binnen twee werkdagen uitspraak op bezwaar te doen en vervolgens met toepassing van 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen in de hoofdzaak.