ECLI:NL:RBNHO:2021:3703
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening last onder dwangsom bewoning schuur op agrarische gronden
Verzoekster, eigenaar van een perceel met een monumentale stolpboerderij, werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beemster een last onder dwangsom opgelegd wegens het realiseren en bewonen van woonruimten in een schuur zonder vergunning. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet als overtreder kan worden aangemerkt omdat haar zoon, op basis van een vennootschapsovereenkomst, het perceel feitelijk gebruikt en zij door een ernstig verstoorde relatie geen invloed heeft op het beëindigen van de overtredingen. Daarom is het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan verzoekster te vergoeden en werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het primaire besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst omdat verzoekster niet als overtreder kan worden aangemerkt.