ECLI:NL:RBNHO:2021:3885
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overeenstemming over afzien van 8:29-procedure inzake geheimhouding correspondentie belastingzaken
Op 3 februari 2021 vond een regiezitting plaats bij de rechtbank Noord-Holland in een bestuursrechtelijke zaak tussen eiser en de inspecteur van de Belastingdienst. De zitting had tot doel te onderzoeken of er procesafspraken konden worden gemaakt over het gebruik van documenten die betrekking hebben op correspondentie over het al dan niet telefonisch horen in diverse zaken.
Verweerder wilde de namen en persoonlijke gegevens van derden belastingplichtigen in de correspondentie geheim houden en stelde voor af te zien van een procedure op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat partijen de stukken al voldoende kenden en de belangenafweging gelijk was aan een eerdere beslissing van de geheimhoudingskamer van de rechtbank.
De gemachtigde van eiser stemde hiermee in, onder de voorwaarde dat dit alleen geldt voor zaken waarin hij gemachtigde is. De rechtbank stelde voor dat verweerder een verweerschrift indient met geanonimiseerde stukken en verwijst naar de eerdere beslissing. Partijen kwamen overeen dat er geen 8:29-procedure zal plaatsvinden en dat de rechter uitspraak zal doen op basis van geanonimiseerde stukken. De inhoudelijke behandeling wordt op een later moment voortgezet.
Uitkomst: Partijen stemmen in met afzien van de 8:29-procedure en de rechtbank zal uitspraak doen op basis van geanonimiseerde stukken.