ECLI:NL:RBNHO:2021:390

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 januari 2021
Publicatiedatum
19 januari 2021
Zaaknummer
8878835 EJ VERZ 20-405
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 BWArt. 4:218 BWArt. 4:221 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling salaris vereffenaar bij einde nalatenschapsvereffening

Het Rijksvastgoedbedrijf is bij beschikking van 2 maart 2018 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene. Het Rijksvastgoedbedrijf verzocht de kantonrechter om in te stemmen met het einde van de vereffening, zorg te dragen voor de inschrijving daarvan in het boedelregister en het vaststellen van het vereffeningsloon.

De kantonrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting, op basis van de ingediende stukken waaronder een urenverantwoording en rekening en verantwoording. Het voorgestelde tarief was conform de Recofa-richtlijnen en de urenverantwoording voldoende concreet en redelijk. De kantonrechter achtte de vergoeding niet onrechtmatig of ongegrond.

De kantonrechter stelde het salaris vast op €2.763,25 inclusief btw en bepaalde dat dit bedrag ten laste van de boedel komt. Het verzoek om in te stemmen met het einde van de vereffening en de inschrijving daarvan in het boedelregister werd afgewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden voor het einde van de vereffening was voldaan en geen nadere formaliteiten nodig waren.

Daarnaast werd opgemerkt dat het Rijksvastgoedbedrijf geen rekening en verantwoording en uitdelingslijst hoefde neer te leggen omdat alle schulden ten volle waren voldaan binnen de wettelijke termijn. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het salaris van de vereffenaar wordt vastgesteld op €2.763,25 inclusief btw en de overige verzoeken worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./repnr.: 8878835 EJ VERZ 20-405
Uitspraakdatum: 19 januari 2021
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Rijksvastgoedbedrijf)
gevestigd te Den Haag
verzoeker
verder de noemen: het Rijksvastgoedbedrijf
inzake
de nalatenschap van [erflaatster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en overleden op [datum overlijden], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats].

1.Het procesverloop

1.1.
De vereffenaar heeft een verzoekschrift ingediend, bij de griffie ontvangen op 11 november 2020. Gelet op de aard van het verzoek is afgezien van een behandeling op een zitting.

2.De feiten

2.1.
Het Rijksvastgoedbedrijf is bij beschikking van 2 maart 2018 van deze rechtbank (locatie Haarlem) benoemd tot vereffenaar van de bovengenoemde nalatenschap.

3.Het verzoek

3.1.
Het Rijksvastgoedbedrijf verzoekt de kantonrechter in te stemmen met het eindigen van de vereffening (artikel 4:206 lid 5 van Pro Burgerlijk Wetboek (BW)), zorg te dragen voor de inschrijving hiervan in het boedelregister (artikel 4:206 lid 6 BW Pro) en de vereffeningkosten (vereffeningsloon) vast te stellen zoals opgegeven in de rekening en verantwoording (artikel 4:206 lid 3 BW Pro).

4.De beoordeling

Vereffeningskosten
4.1.
Het verzochte salaris heeft betrekking op de periode van 2 maart 2018 tot en met 4 november 2020. Bij haar verzoek heeft het Rijksvastgoedbedrijf onder andere een urenverantwoording en rekening en verantwoording als bijlagen overgelegd.
4.2.
Het door het Rijksvastgoedbedrijf voorgestelde tarief is conform de Recofa-richtlijnen. Gelet op de omvang van de nalatenschap en de overgelegde rekening en verantwoording, waarin onder meer melding wordt gemaakt van het feit dat de schuldeisers allemaal zijn betaald, acht de kantonrechter de overgelegde urenspecificatie voldoende concreet onderbouwd en ook redelijk. De verzochte vergoeding komt de kantonrechter dan ook niet onrechtmatig of ongegrond voor.
4.3.
Het verzoek zal dan ook worden toegewezen. Gelet op het voorgaande zal het loon van de vereffenaar worden vastgesteld op een totaal bedrag van € 2.763,25 inclusief btw.
4.4.
Wat betreft de verzoeken om in te stemmen met het eindigen van de vereffening en zorg te dragen voor de inschrijving hiervan in het boedelregister overweegt de kantonrechter als volgt. De fase van de vereffening eindigt zonder nadere formaliteiten indien alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan, alle tegoeden zijn ontvangen en geen goederen meer te
vereffenen vallen (artikel 4:221 lid 1 BW Pro). Uit het verzoek blijkt dat van deze situatie sprake is. Er is dan ook geen grond voor toewijzing van deze verzoeken.
4.5.
Overigens merkt de kantonrechter op dat het Rijksvastgoedbedrijf geen rekening en verantwoording en een uitdelingslijst hoeft neer te leggen, omdat alle hem voor de afloop van de in artikel 218 lid 1 BW Pro bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle zijn voldaan (artikel 4:221 lid 2 BW Pro).

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
stelt het bedrag van de gemaakte vereffeningskosten vast op € 2.763,25 inclusief btw,
5.2.
bepaalt dat dit bedrag ten laste van de boedel zal worden gebracht,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het anders of meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter