Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
ING Bank N.V.
Rechtbank Noord-Holland
ING Bank verstrekte in 2010 een kredietfaciliteit van €75.000 aan de gedaagde. Na meerdere betalingsregelingen tussen partijen, waaronder een regeling van juni 2018 waarbij de gedaagde €125 per maand zou betalen, stelde ING vast dat de gedaagde betalingsachterstanden had. ING verklaarde de betalingsregeling vervallen en sommeerde betaling van het gehele restantbedrag.
De gedaagde betwistte de niet-nakoming en stelde dat hij de betalingsregeling volledig was nagekomen, onderbouwd met een beperkt bankafschrift. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde onvoldoende bewijs had geleverd van de verrichte betalingen, terwijl ING een overzicht van betalingen had overgelegd. De betalingsregeling is daardoor terecht door ING beëindigd.
De kantonrechter wees de vordering van ING tot betaling van €25.000 plus wettelijke rente en proceskosten toe. Tevens werd vastgesteld dat de kantonrechter geen nieuwe betalingsregeling kan opleggen, en dat de gedaagde zich hiervoor tot ING moet wenden. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van €25.000 met rente en proceskosten wegens niet-nakoming van de betalingsregeling.