Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
primair: het verzoek van de vrouw aan te houden en, na het uitspreken van de echtscheiding in [stad] , uw rechtbank onbevoegd te verklaren;
subsidiair: als de rechtbank zich bevoegd acht om kennis te nemen van het verzoek van de vrouw, het verzoek van de vrouw tot toepassing van het Nederlandse recht af te wijzen;
meer subsidiair: als de rechtbank heeft bepaald dat het Nederlandse recht van toepassing is, de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, dan wel die verzoeken af te wijzen.
primair: de man wordt ontzet uit het ouderlijk gezag, althans het gezamenlijk gezag over de minderjarigen wordt beëindigd en dat alleen de vrouw belast wordt met het ouderlijk gezag over de minderjarigen;
subsidiair: voor zover de vrouw niet is belast met het ouderlijk gezag, de vrouw wordt belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen en dat het ouderlijk gezag van de man over de minderjarigen wordt beëindigd;
meer subsidiair: de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn, in die zin dat de minderjarigen hun hoofdverblijf bij de vrouw in Nederland zullen hebben;
in alle gevallen: de man binnen uiterlijk drie dagen na de te geven beschikking dient over te gaan tot afgifte van de minderjarigen aan de vrouw op straffe van verbeurte van € 2.000,-- voor elke dag dat de man in gebreke blijft met de nakoming daarvan;
.Hiermee is ook gegeven dat de rechtbank te [stad] niet bevoegd was te beslissen op een verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarigen. Voor zover de rechtbank te [stad] met haar beslissing van 12 augustus 2020 het eenhoofdig gezag aan de man heeft toegekend zal de rechtbank hierop derhalve geen acht slaan.