De huurder, sinds 2013 woonachtig in een woning van Pré Wonen, werd bij verstekvonnis van juli 2020 veroordeeld tot ontruiming wegens huurachterstand. In kort geding vordert zij schorsing van de tenuitvoerlegging, stellende dat haar persoonlijke en sociale omstandigheden, waaronder financiële problemen en uithuisplaatsing van haar kinderen, een onaanvaardbare onevenredigheid veroorzaken.
Pré Wonen stelt dat de huurder herhaaldelijk betalingsafspraken niet nakwam en dat het verstekvonnis onherroepelijk is. De rechter constateert echter dat de situatie complexer is: de lopende huur wordt sinds 2020 door de gemeente betaald, maar door stopzetting van toeslagen na uithuisplaatsing van de kinderen ontstond een betalingsachterstand. Daarnaast speelt een overlastdossier dat niet aan het verstekvonnis ten grondslag ligt.
De voorzieningenrechter benadrukt dat sociale verhuurders de sociale problematiek van huurders moeten meewegen en dat ondanks het ontbreken van rechtsmiddelen tegen het verstekvonnis, schorsing mogelijk is bij misbruik van bevoegdheid of noodtoestand. Gezien de omstandigheden wordt de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis geschorst totdat nader onderzoek heeft plaatsgevonden. De zaak wordt voortgezet voor nadere behandeling.