De passagier had een vervoersovereenkomst met British Airways voor een vlucht van Amsterdam naar Londen en aansluitend naar Mumbai op 7 mei 2019. Door vertraging van vlucht BA441 miste de passagier de aansluiting en arriveerde met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming.
De passagier vorderde €600 compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De vervoerder weigerde te betalen en voerde aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, zoals opgelegde slot delays en technische problemen.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vertragingen het gevolg waren van buitengewone omstandigheden. De overgelegde flight records en interne rapporten boden geen overtuigend bewijs. Het beroep op doorwerking van buitengewone omstandigheden faalde eveneens.
De vordering tot compensatie werd daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden aan de vervoerder opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.