ECLI:NL:RBNHO:2021:4391
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging getrapte besluitvorming verlaging WW-uitkering zelfstandige
Eiseres werkte 17 jaar in loondienst en werd na beëindiging van haar dienstverband zelfstandige en zij-instromer in het onderwijs. Verweerder verlaagde haar WW-uitkering omdat zij meer uren als zelfstandige werkte dan het vastgestelde aantal vrijgestelde uren. De besluitvorming verliep in meerdere stappen, waarbij verweerder eerst een verlaging aankondigde, daarna bezwaar deels gegrond verklaarde en vervolgens meerdere besluiten nam, waaronder een definitieve verlaging van de uitkering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met artikel 7:11 Awb Pro onrechtmatig getrapt heeft beslist door de zaak op te splitsen in meerdere besluiten, terwijl de bezwaarprocedure een volledige heroverweging vereist. Besluiten 3, 4, 5 en 6 moeten als één besluit op bezwaar worden gezien. De brief van 28 augustus 2019 is een besluit met rechtsgevolg en moet worden vernietigd.
Inhoudelijk stelt de rechtbank vast dat eiseres vanaf het begin melding heeft gemaakt van haar zelfstandige werkzaamheden en dat verweerder de wet correct moet toepassen. Het aantal vrijgestelde uren wordt vastgesteld op 1,67 uur per maand. Omdat eiseres vanaf mei 2019 meer uren werkte, is de verlaging van haar WW-uitkering terecht. De rechtbank vergoedt het betaalde griffierecht van €47,- aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de getrapte besluitvorming maar verklaart de inhoudelijke verlaging van de WW-uitkering gegrond en vergoedt het griffierecht aan eiseres.