Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
(zaken B en C zijn ter terechtzitting van 15 mei 2020 bij zaak A gevoegd)
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Feit 2hij op 28 december 2019 te Hoorn [de benadeelde 2] heeft mishandeld door die [de benadeelde 2] in het gezicht te slaan.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de maatregel
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
algemene voorwaardebetreffende het gedrag dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardenbetreffende het gedrag dat de verdachte:
De opname start op 1 juni 2021. De verdachte zal met DV&O naar [FPA] worden gebracht.Mocht er nog geen opnameruimte zijn op de FPA, zal er gezocht worden naar een andere plek ter overbruggingszorg. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
[de benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.586,75 [tienduizend vijfhonderdzesentachtig euro en vijfenzeventig cent], bestaande uit € 1.537,75 als vergoeding voor de materiële en € 9.049,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 500,- [vijfhonderd euro], en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
[de benadeelde 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.586,75 [tienduizend vijfhonderdzesentachtig euro en vijfenzeventig cent], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 87 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum