Eiser, een politieambtenaar, werd door verweerder, de korpschef, gestraft met voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim door het toepassen van disproportioneel geweld bij twee incidenten. Incident 1 betrof een nekcontrole en het tegen de grond werken van een verdachte, incident 2 het stappen op het been van een verdachte die reeds onder controle was.
De rechtbank oordeelt dat alleen het gedrag bij incident 1 als disproportioneel geweld kan worden aangemerkt en dat het zwaartepunt van verweerder onterecht op incident 2 lag. Incident 2 werd niet als disproportioneel geweld beoordeeld. Het bewijs bestond uit camerabeelden, verklaringen van betrokkenen en de eigen toelichting van eiser.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit bevoegdheidsgebreken vertoonde, maar dat deze zijn hersteld door bekrachtiging. Materieel is het plichtsverzuim van eiser ten aanzien van incident 1 toerekenbaar, maar de opgelegde straf van voorwaardelijk strafontslag is niet evenredig. De rechtbank vernietigt het besluit en legt zelf een berisping op.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de korpschef tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 2 april 2021.