ECLI:NL:RBNHO:2021:4747

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 mei 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
C/15/316585 / FA RK 21-2498
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:1 WvggzArt. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens gebrek aan doelmatigheid verplichte zorg

De officier van justitie verzocht de rechtbank Noord-Holland om voortzetting van een crisismaatregel tegen betrokkene, die kampt met suïcidaliteit en emotieregulatieproblemen bij een persoonlijkheidsstoornis. De crisismaatregel was opgelegd vanwege een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en agressief gedrag.

Tijdens de zitting, die vanwege COVID-19 via videoverbinding plaatsvond, werd betrokkene gehoord samen met haar advocaat en zus, evenals een afdelingsarts en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Betrokkene was recent ontslagen uit een instelling en verblijft nu thuis. Uit de medische stukken en verklaringen bleek dat gedwongen opname en zorg bij betrokkene leiden tot hevig verzet en verslechtering van haar toestand, met agressie en trauma's.

De afdelingsarts gaf aan dat gedwongen opname meer schade veroorzaakt dan verblijf thuis en verzocht om de crisismaatregel niet voort te zetten. De rechtbank concludeerde dat ondanks het ernstige risico en zorgelijke situatie, verplichte zorg niet doelmatig is in dit geval. Daarom werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen.

Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens gebrek aan doelmatigheid van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/316585 / FA RK 21-2498
beschikking van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2021,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. A.S. Kamphuis, gevestigd te Amsterdam

1.Procedure

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 mei 2021, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van [plaats] op 21 mei 2021 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
  • de medische verklaring van 21 mei 2021;
- de verwijzingsbeschikking van rechtbank Den Haag van 26 mei 2021;
- een overzicht van de relevante politiegegevens.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021. Hoewel uitgangspunt binnen de Wvggz is – mede gelet op de kwetsbare positie van betrokkene – dat betrokkene fysiek wordt gehoord, acht de rechtbank dat op dit moment niet verantwoord vanwege de ontwikkelingen rondom het coronavirus. De rechtbank sluit hiermee aan bij de recent afgekondigde landelijke maatregelen ter beperking van de verspreiding van het virus. De zitting heeft daarom via een tweezijdige beeld- en geluidsverbinding plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat het belang van betrokkene om verweer te kunnen voeren, afdoende is gewaarborgd door deelname van de advocaat aan de zitting en de eigen inbreng van betrokkene.
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en haar zus;
- [afdelingsarts] , afdelingsarts;
- [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige YOUZ.
1.4.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige materiële schade;
  • dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van een ander oproept;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.2.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten suïcidaliteit en emotieregulatieproblematiek bij een persoonlijkheidsstoornis. De crisissituatie werd bij de aanvraag van de crisismachtiging zo ernstig bevonden dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
2.3.
Ter zitting is gebleken dat betrokkene de dag voor de zitting uit de instelling is ontslagen en ten tijde van de zitting thuis, met haar zus, in [plaats] verblijft.
2.4.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er zowel in de thuissituatie als gedurende de opname sprake is van een zeer zorgelijke situatie met suïcidepogingen en automutilatie. De afdelingsarts heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene een dag voorafgaand aan de zitting met een hoog risico beleid naar huis is gegaan. De overweging daarbij was dat een opname meer schade toebrengt aan betrokkene dan in het geval zij thuis zou verblijven. Een opname is de ergste nachtmerrie van betrokkene en na een gedwongen opname in [plaats] werd er een hevig getraumatiseerd beeld gezien. Ondanks de vele en ernstige zorgen is het beeld dat gedwongen zorg, ongeacht welke vorm, gecontra-indiceerd is omdat dit bij betrokkene op hevig verzet stuit. Gelet op het verleden is het niet de verwachting dat hier op korte termijn verandering in komt. De afdelingsarts heeft daarom ter zitting verzocht om de crisismaatregel niet voort te zetten.
2.5.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene in korte tijd diverse malen is opgenomen met een crisismaatregel. Het terugkerend patroon is dat betrokkene telkens na een korte gedwongen opname weer met ontslag gaat. Hoewel betrokkene ambulante behandeling krijgt van YOUZ, is het nog niet gelukt om het patroon van crisisopnames te doorbreken, mede vanwege de sterke eigen wil van betrokkene.
Betrokkene wil per se niet in een instelling opgenomen zijn. Zij heeft zeer veel verzet vertoond bij haar laatste opname, waarbij in een schermutseling met de politie haar schouder uit de kom is geraakt en zij uiteindelijk via een infuus gesedeerd moest worden. In de instelling is betrokkene agressief geweest naar hulpverleners en heeft daarbij geschopt en gekrabd.
De arts heeft ter zitting uiteengezet dat gedwongen behandeling geen effect of zelfs een contra-productief effect heeft wanneer betrokkene niet bereid is om hulpverlening te accepteren. Gedwongen opname leidt tot een verslechtering van het toestandsbeeld van betrokkene. Tot op heden is het onduidelijk welke hulpverlening wél geschikt is voor betrokkene, nu zorg in zowel een vrijwillig als in een gedwongen kader ontoereikend blijkt. De rechtbank acht dit, met de advocaat en de arts, zeer zorgelijk.
Op grond van artikel 2:1, derde lid, van de Wvggz dient bij de afgifte van een zorgmachtiging ook de doelmatigheid van de verplichte zorg te worden beoordeeld. Ondanks het buitengewoon zorgelijke beeld, concludeert de rechtbank, gelet op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en gelet op de overgelegde stukken, dat gedwongen zorg, waaronder een opname, in het geval van betrokkene niet doelmatig is. Gedwongen opname blijkt tot een verslechtering van het toestandsbeeld te leiden. Het ernstig nadeel, dat wel degelijk aanwezig is, zal door verplichte zorg binnen een instelling niet méér worden weggenomen dan in de situatie van verblijf thuis, integendeel. Omdat de verzochte verplichte zorg in het geval van betrokkene niet doelmatig is, is de rechtbank van oordeel dat niet aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging wordt voldaan. De rechtbank zal het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel dus afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Schreuder, rechter, in tegenwoordigheid van mr. K.D. Warmerdam als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 juni 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.