Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2021:4750

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
C/15/313022 / HA RK 21/26
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13.3 Landelijk procesreglement rolzaken kantonArt. 2.11 Landelijk procesreglement rolzaken kantonArt. 1.4 Landelijk procesreglement rolzaken kanton
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens procesbeslissing

Verzoeker heeft de wraking van de kantonrechter gevraagd omdat deze de wederpartij alsnog toestond een conclusie van repliek in te dienen, terwijl de zaak al voor vonnis stond. Verzoeker stelde dat dit in strijd was met het procesreglement en dat hij hierover niet was gehoord.

De kantonrechter en de wederpartij verwezen naar het procesreglement dat het terugkomen op rolbeslissingen toestaat en dat er geen verplichting was om verzoeker hierover te horen. De wrakingskamer behandelde het verzoek tijdens een openbare zitting waarbij alleen verzoeker verscheen.

De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking kan zijn, tenzij de motivering zo onjuist is dat deze alleen door vooringenomenheid kan worden verklaard. Dit was niet het geval. De kamer vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen omdat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking vormt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLANDFout! De documentvariabele ontbreekt.
/Fout! De documentvariabele ontbreekt.
Fout! Dedocumentvariabele ontbreekt.
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/313022 / HA RK 21/26
Beslissing van 11 maart 2021
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker],
wonende te [plaats] ,
verzoeker,
procederend in persoon
Het verzoek is gericht tot:
mr. I. de Greef
behandelend kantonrechter in de hoofdzaak [naam wederpartij] ./ [verzoeker]
(8755527 CV EXPL 20-7808)
hierna te noemen: de kantonrechter.

1.Het procesverloop

1.1.
Verzoeker heeft op de rolzitting van 10 februari 2021 mondeling de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer 8755527 CV EXPL 20-7808 (hierna te noemen: de hoofdzaak).
1.2.
De kantonrechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd. De wederpartij in de hoofdzaak heeft zich gerefereerd aan het standpunt van de kantonrechter.
1.3.
Het verzoek is behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 9 maart 2021. Verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid te worden gehoord. Verzoeker is ter zitting verschenen.

2.Het standpunt van verzoeker

2.1.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek gebaseerd op de volgende gronden.
2.2.
De beslissing van de kantonrechter om de wederpartij in de hoofdzaak alsnog op diens verzoek de gelegenheid te geven een conclusie van repliek in te dienen terwijl de zaak al voor vonnis stond, is in strijd met artikel 13.3 van het procesreglement. De kantonrechter heeft de stelling van de wederpartij in de hoofdzaak dat schikkingsonderhandelingen op niets waren uitgelopen, ten onrechte voor waar aangenomen en om die reden repliek alsnog toegestaan, zonder verzoeker hierover te horen. Ter zitting heeft verzoeker ter verduidelijking nog aangegeven dat er geen sprake was van schikkingsonderhandelingen, maar van een schikkingsvoorstel dat hij heeft afgewezen.
3. Het standpunt van de kantonrechter
3.1.
Het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. Het wrakingsverzoek heeft betrekking op een procesbeslissing. Een dergelijke beslissing kan slechts grond voor wraking opleveren indien de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
3.2.
Op grond van artikelen 2.11 en 1.4 van het toepasselijke Landelijk procesreglement voor rolzaken kanton (hierna: het procesreglement) is het toegestaan op een eerder genomen rolbeslissing terug te komen danwel van het procesreglement af te wijken en was ik niet gehouden bij verzoeker navraag te doen naar de (al dan niet) mislukte schikkingsonderhandelingen. De procesbeslissing is bovendien niet alleen om die reden genomen, maar ook omdat de wederpartij in de hoofdzaak had aangegeven dat zij het rolbericht (waarin de oorspronkelijke roldatum voor het indienen van de conclusie van repliek was opgenomen) niet had ontvangen en omdat voortprocederen noodzakelijk was voor een goede instructie van de zaak.

4.De beoordeling

4.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak, de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is hierbij echter niet doorslaggevend.
4.2
De beslissing van de kantonrechter om de wederpartij in de hoofdzaak alsnog in de gelegenheid te stellen een conclusie van repliek in te dienen. Het is vaste rechtspraak dat een procesbeslissing in beginsel geen grond voor wraking kan vormen (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). De vraag of een procesbeslissing al dan niet juist moet worden geacht, mag niet door de wrakingskamer worden beantwoord. De motivering van een procesbeslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet indien wordt aangevoerd dat die motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier zou zijn of een motivering ontbreekt. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
4.3.
De wrakingskamer is van oordeel dat hiervan geen sprake is. Het nemen van de onderhavige procesbeslissing impliceert niet dat de rechter vooringenomenheid koestert, noch dat een vrees voor partijdigheid voor andere door de kantonrechter te nemen beslissingen objectief gerechtvaardigd is. Uit de door verzoeker genoemde omstandigheden dat hij niet is gehoord over het verzoek van de wederpartij in de hoofdzaak om alsnog te mogen repliceren, en dat door de kantonrechter ten onrechte is aangenomen dat sprake is geweest van onderhandelingen, kan evenmin worden geconcludeerd dat de procesbeslissing is ingegeven door vooringenomenheid van de kantonrechter.
4.4.
De slotsom is dat het verzoek om wraking van de kantonrechter moet worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzoek tot wraking van de kantonrechter af,
5.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, de kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
5.3.
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door, leden van de wrakingskamer mr. J.M. Janse van Mantgem, mr. W.J. van Andel en mr. M. Mateman, in tegenwoordigheid van mr. N. Kampert, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2021.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.