Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, kantonrechter
mr. J.A.M. Jansen, kantonrechter
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoekster
3.De beoordeling
Voor het verrichten van een proceshandeling zal aan een in het geding verschenen partij een termijn van vier weken worden verleend, die – op verzoek van één der partijen – met één termijn van vier weken kan worden verlengd. Verder uitstel wordt niet verleend, behalve wanneer sprake is van (in beginsel) een eenstemmig verzoek van partijen of op een schriftelijk, gemotiveerd verzoek van één partij op grond van klemmende redenen.”