Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verzoek tot verbetering
- (1) het in onderdeel 5.35 van het vonnis genoemde (totaal)bedrag van € 3.711,- is in het overzicht van onderdeel 5.36 van het vonnis ten onrechte van haar vordering afgetrokken, in plaats van bij de toe te wijzen bedragen op te tellen,
De opmerkingen van [eiser] gaan volgens Tredius verder dan de mogelijkheden die artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) biedt. De bezwaren van [eiser] zullen, net als de bezwaren van Tredius, in een eventueel hoger beroep aan de orde moeten komen.
2.De beoordeling
3.De beslissing
3.595,00
6.700,00
€ 143.603,29, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag met ingang van 18 juni 2020 tot aan de dag van volledige betaling”,