ECLI:NL:RBNHO:2021:4812
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in echtscheidingszaak over woningtoedeling
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde over de toedeling van de echtelijke woning na echtscheiding. Zij stelde dat de rechter bevooroordeeld was vanwege een eerdere uitspraak waarin hij een taxatiewaarde van €400.000,- hanteerde, terwijl verzoekster een lagere waarde betwistte.
De rechtbank had eerder de echtscheiding uitgesproken en een makelaar benoemd om de woning te taxeren. De ex-echtgenoot kreeg in kort geding het recht om het aandeel van verzoekster in de woning over te nemen tegen de taxatiewaarde. Verzoekster vorderde later verkoop van de woning omdat de ex-echtgenoot niet aan voorwaarden zou voldoen.
De wrakingskamer oordeelde dat de vermeende uitlating van de rechter niet is gedaan en dat eerdere beslissingen, ook al zijn ze onwelgevallig, geen grond voor wraking vormen. Er waren geen feiten of omstandigheden die objectief of subjectief een gegronde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.