Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- [betrokkene 1], vergezeld door zijn echtgenote en bijgestaan door mr. De Lyon, voornoemd;
- Mr. K.A. Martijnse, bewindvoerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een hoger beroep ex artikel 315 Faillissementswet Pro tegen een beschikking van de rechter-commissaris in de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp). Betrokkene is eigenaar van een woning met overwaarde, ontstaan door aflossingen van zijn echtgenote en ouders tijdens zijn faillissement en Wsnp.
De rechter-commissaris had het verzoek om deze aflossingen vrij te stellen van de Wsnp-boedel afgewezen, stellende dat de overwaarde aan de schuldeisers toekomt en verkoop van de woning noodzakelijk is. Betrokkene voerde aan dat de overwaarde door derden is opgebouwd en dat vrijstelling op grond van redelijkheid en billijkheid passend is, mede omdat de echtgenote een preferente regresvordering zou hebben.
De rechtbank oordeelt dat de overwaarde ondanks de aflossingen van derden toekomt aan de schuldeisers binnen de Wsnp, en dat het beroep onvoldoende onderbouwd is. De preferentie van de regresvordering wordt niet erkend op grond van artikel 1:87 BW Pro. Betrokkene wordt wel in de gelegenheid gesteld een plan van aanpak voor te leggen om de woning te behouden met aflossing van de overwaarde.
Het beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechter-commissaris bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechter-commissaris wordt bekrachtigd.