Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
-/- € 41.322
€ 8.927
-/- € 41.322
€ 8.927
“Samenvatting van het bezwaar
Geschil12. In geschil is of verweerder alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd. Verder is in geschil of voortijdig uitspraak op bezwaar is gedaan en of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Ten slotte is in geschil of de aanslag ib/pvv 2010 tot het juiste bedrag is vastgesteld.
kan[cursivering rechtbank] niet-ontvankelijk worden verklaard, indien […]”. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat niet-ontvankelijkverklaring achterwege kan blijven, indien het bestuursorgaan ondanks het ontbreken van een motivering in het bezwaarschrift toch zeer goed van de bezwaren van belanghebbende op de hoogte is, zodat het gebrek een goed verloop van de procedure niet in de weg staat (vgl. Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, 124).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het bezwaar ongegrond;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.074,42;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48 aan eiseres te vergoeden.