De passagiers vorderden compensatie van de vervoerder American Airlines wegens een vertraging van meer dan drie uur op vlucht AA203 van Amsterdam naar Philadelphia op 25 juni 2018. De vervoerder verweerde zich met het beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk 'ground stops' door de luchtverkeersleiding in Philadelphia vanwege onweersbuien, waardoor het toestel geen toestemming kreeg om op te stijgen.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat de vertraging inderdaad meer dan drie uur bedroeg. De vervoerder toonde met onder meer ACARS-gegevens en een rapport van de luchtverkeersleiding aan dat het toestel vanwege de 'ground stops' langdurig op de taxibaan heeft moeten wachten en uiteindelijk terugkeerde naar de gate, conform Amerikaanse regelgeving.
De passagiers betwistten de bewijsstukken van de vervoerder, maar de rechter achtte het bewijs voldoende en kwalificeerde de omstandigheden als buitengewoon. Vervolgens beoordeelde de rechtbank of de vervoerder alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te voorkomen. De vervoerder stelde dat het inzetten van een ander toestel niet redelijk was omdat Amsterdam geen thuisbasis is en het huren van een vliegtuig onaanvaardbare offers zou vergen.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende maatregelen had genomen en dat de vertraging niet aan haar toe te rekenen was. De vordering werd afgewezen en de passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.