Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van 18 december 2020 (dossierpagina’s 180 tot en met 183);
- het proces-verbaal van verhoor van getuige [benadeelde partij 1] van 20 januari 2021 (dossierpagina’s 432 tot en met 435);
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 15 februari 2021 (dossierpagina’s 332 en 333);
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 22 februari 2021 (dossierpagina’s 348 en 349) met als bijlage het tapgesprek voorzien van sessienummer 20 (dossierpagina’s 365 tot en met 368);
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 2 februari 2021 (dossierpagina’s 72 tot en met 77);
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] van 14 februari 2021 (dossierpagina’s 164 tot en met 171).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
22 februari 2021, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
twaalf (12) maanden.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
- de veroordeelde zich meldt bij de reclassering, gevestigd te [adres] , zo frequent en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- de veroordeelde meewerkt aan behandeling en begeleiding door GGZ Noord-Holland-Noord en/of Materieel Juridische Dienstverlening of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering en zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht, ook als dit inhoudt een kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken in een zorginstelling voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverleners geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.
- de veroordeelde zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten een begeleide/beschermde woonvorm van [instelling] of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan de huisregels en het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld.
- de veroordeelde op vooraf vastgestelde en in overleg met de reclassering te bepalen tijdstippen aanwezig zal zijn op zijn verblijfadres, waarbij de veroordeelde zich voor de duur van maximaal drie maanden onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van voornoemd locatiegebod.
- de veroordeelde op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de volgende personen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht:
dadelijk uitvoerbaar zijn.
[benadeelde partij 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 4.853,88 (vierduizend achthonderddrieënvijftig euro en achtentachtig eurocent), bestaande uit € 853,88 (achthonderddrieënvijftig euro en achtentachtig eurocent) voor de materiële en € 4.000,- (vierduizend euro) voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
0 dagenjeugddetentie.
[benadeelde partij 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,- (tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagenjeugddetentie.
[benadeelde partij 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,- (tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 4] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
0 dagenjeugddetentie.