Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
ID Control B.V.
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer en de tegenvordering
5.De beoordeling
6.De beslissing
dagvaarding € 106,47
griffierecht € 499,99
salaris gemachtigde € 374,00 ;
Rechtbank Noord-Holland
Partijen sloten op 8 juli 2018 een vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van eerdere overeenkomsten, waarbij betaling van advieswerkzaamheden in drie jaarlijkse termijnen was afgesproken. [Eiser] factureerde overeenkomstig deze afspraak in 2019, 2020 en 2021, maar ID Control betaalde slechts een deel van het bedrag.
ID Control betwistte de vordering en stelde dat de werkzaamheden niet waren verricht en dat de vordering was verjaard. Tevens stelde zij dat de vaststellingsovereenkomst onder dwaling tot stand was gekomen vanwege onjuiste informatie over openstaande facturen uit eerdere jaren.
De kantonrechter oordeelde dat de facturering was gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst en dat de vordering niet verjaard was. Het beroep op dwaling werd afgewezen omdat partijen in de overeenkomst uitdrukkelijk afstand hadden gedaan van het recht op ontbinding of vernietiging. De vordering van [eiser] werd toegewezen, inclusief incassokosten en rente, terwijl de tegenvordering van ID Control werd afgewezen.
De proceskosten werden deels aan ID Control opgelegd en deels gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: ID Control wordt veroordeeld tot betaling van € 23.342,45 en wettelijke rente; tegenvordering wordt afgewezen.