ECLI:NL:RBNHO:2021:5886
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ontnemingszaak na schikking en betaling conservatoir beslag
De officier van justitie diende op 8 mei 2014 een vordering in tot vaststelling en betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel van €198.328,41. De zaak werd behandeld op zittingen in mei en oktober 2014, waarna het onderzoek werd geschorst. Op 1 juli 2021 werd het onderzoek hervat, maar de veroordeelde en zijn raadsvrouw verschenen niet.
De officier van justitie gaf aan dat een schikking was getroffen conform artikel 511c Sv, waarbij de veroordeelde een bedrag van €23.000 aan de Staat zou betalen. Dit bedrag was inmiddels voldaan via conservatoir beslag, zoals bevestigd door het Centraal Justitieel Incasso Bureau. De officier van justitie verzocht daarop om niet-ontvankelijkheid in de vordering.
De rechtbank oordeelde dat door de schikking en betaling de zaak van rechtswege is geëindigd op grond van artikel 578a Sv (thans 6:4:18 Sv). Daarom verklaarde de rechtbank de ontnemingszaak van rechtswege beëindigd en wees het verzoek tot niet-ontvankelijkheid toe.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontnemingszaak van rechtswege geëindigd na schikking en betaling via conservatoir beslag.