ECLI:NL:RBNHO:2021:596
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en toewijzing eenhoofdig gezag aan vader over twee minderjarigen
De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek van de vader om het gezamenlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan hem toe te wijzen. De minderjarigen zijn geboren in Syrië, waar het Syrisch recht van toepassing is op het gezag, en hebben de Palestijnse nationaliteit, die door Nederland niet als soeverein wordt erkend. De moeder is sinds 2013 afwezig en onbereikbaar, waardoor zij geen betrokkenheid toont in het leven van de kinderen.
De vader heeft aangetoond dat hij het gezag feitelijk al jaren alleen uitoefent en dat het ontbreken van medewerking van de moeder praktische problemen veroorzaakt, zoals bij het aanvragen van paspoorten. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de rechtbank om het gezag van de moeder te beëindigen, omdat dit in het belang van de kinderen is.
De rechtbank concludeerde dat het gezamenlijk gezag op grond van het Syrisch recht aan beide ouders toekomt, maar dat het belang van de kinderen vereist dat het gezag wordt beëindigd en aan de vader wordt toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.