Verzoekster, Het Remonstrants hofje van Leeuwaerden, heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die aan derde-partij is verleend voor werkzaamheden aan een rijksmonument. Na eerdere voorlopige voorziening die bouwactiviteiten stillegde, verzocht zij opnieuw om een voorlopige voorziening voor onmiddellijke bouwkundige maatregelen vanwege vermeend acuut gevaar.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hofje een rijksmonument betreft en dat de vergunningverlening en bezwaarprocedure conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Algemene wet bestuursrecht (Awb) verlopen. Verzoekster stelde dat de constructieve veiligheid van de monumentale muur in gevaar was door een stalen ligger die niet voldeed aan het Bouwbesluit.
Verweerder betwistte dit met een constructeurrapport waaruit bleek dat de constructie veilig was. De voorzieningenrechter stelde vast dat de ligger al sinds mei 2020 aanwezig was zonder dat toezichthouders onveilige situaties constateerden. Tevens was een hoorzitting gepland en werd een beslissing op bezwaar in augustus verwacht.
Gezien het ontbreken van onverwijlde spoed en onvoldoende aannemelijk acuut gevaar, wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.