ECLI:NL:RBNHO:2021:6282
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorschot op loon vereffenaar nalatenschap volgens artikel 4:206 lid 3 BW
De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 24 juni 2021 een beschikking gegeven inzake het verzoek van de vereffenaar van een nalatenschap om een voorschot op zijn loon vast te stellen. De vereffenaar was benoemd bij beschikking van 25 september 2019 en vroeg een voorschot over de periode mei 2020 tot april 2021, onderbouwd met een factuur en urenspecificatie.
De wettelijke basis is artikel 4:206 lid 3 BW Pro, dat bepaalt dat een vereffenaar recht heeft op loon dat door de rechter wordt vastgesteld vóór het opmaken van de uitdelingslijst. Hoewel de wet niet expliciet voorschotten regelt, is volgens vaste jurisprudentie een voorschot mogelijk bij complexe en langdurige vereffening, mits het verzoek concreet is en voorzien van een specificatie van werkzaamheden.
De kantonrechter overwoog dat de vereffenaar voldoende verantwoording had gegeven en dat de uren redelijk waren. Tevens werd aansluiting gezocht bij de Recofa-richtlijnen voor het uurtarief. Het voorschot werd vastgesteld op €4.537,00 inclusief btw en ten laste van de boedel gebracht. Daarnaast werd bepaald dat de vereffenaar bij het bereiken van elke 5 uren werkzaamheden de erfgenamen en de kantonrechter informeert.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M.C. van Rijn.
Uitkomst: Voorschot op loon van de vereffenaar vastgesteld op €4.537,00 inclusief btw, ten laste van de boedel.