ECLI:NL:RBNHO:2021:6380
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding en dwangsombeslissing parkeerbelasting
Verweerder legde eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op, die door verweerder op bezwaar werd vernietigd en waarbij een proceskostenvergoeding werd toegekend. Eiser stelde beroep in tegen de hoogte van deze vergoeding en tegen de afwijzing van een dwangsom wegens overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank overwoog dat de toegepaste wegingsfactor van 0,25 voor de proceskostenvergoeding passend was gezien het lichte karakter van de zaak en de professionele kennis van de gemachtigde. De stelling van eiser dat de zaak zwaarder woog vanwege getuigenverklaringen en jurisprudentie werd niet gevolgd.
Ten aanzien van de dwangsom was de overschrijding van de beslistermijn weliswaar vastgesteld, maar de rechtbank oordeelde dat het verwijt aan eiser lag vanwege onvoldoende medewerking aan het plannen van de hoorzitting binnen de wettelijke termijn. Hierdoor was de ingebrekestelling onredelijk laat en werd de dwangsom terecht geweigerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor aanvullende proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard en de dwangsom wordt afgewezen.