Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiseres] ,
[gedaagde] ,
- de vrouw in persoon, bijgestaan door mr. Deijkers voornoemd,
- de man in persoon, bijgestaan door mr. Overkleeft voornoemd.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn ex-echtgenoten die in het echtscheidingsconvenant hebben afgesproken dat de man de woning overneemt en de vrouw uitkoopt voor €86.752,26. De man heeft tot op heden niet aan deze verplichting voldaan, ondanks een eerdere termijn van drie maanden.
De vrouw vordert in kort geding een spoedeisende beslissing om de man een kortere termijn op te leggen en een hogere afkoopsom te bepalen, inclusief een anti-speculatiebeding. De man verzoekt om een termijn van zes maanden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de man een redelijke termijn van drie maanden krijgt om het aandeel over te nemen. De afgesproken uitkoopsom blijft gehandhaafd omdat deze deel uitmaakt van het totaalpakket van afspraken. Het anti-speculatiebeding is reeds onderdeel van de echtscheidingsbeschikking, waardoor dit verzoek wordt afgewezen.
De vordering van de vrouw wordt gedeeltelijk toegewezen, de vordering van de man in reconventie wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is mondeling uitgesproken op 22 juni 2021 door voorzieningenrechter L.J. Saarloos.
Uitkomst: De man krijgt een termijn van drie maanden om het aandeel van de vrouw in de woning over te nemen tegen de overeengekomen uitkoopsom van €86.752,26.