Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- [eiseres] in persoon, bijgestaan door mr. Wagemaker voornoemd,
- [gedaagde] in persoon, bijgestaan door mr. Schellevis voornoemd.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen, die een affectieve relatie hadden en samenwoonden, kochten gezamenlijk een nieuwbouwwoning die op 2 juli 2021 zou worden opgeleverd. Zij vorderden beiden de ander te veroordelen tot medewerking aan de goederenrechtelijke toedeling van de woning en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Daarnaast vorderde gedaagde dat eiseres de helft van de hypotheeklasten zou betalen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat vorderingen tot verdeling van de woning niet in kort geding kunnen worden behandeld, omdat dit declaratoire uitspraken betreft die in een bodemprocedure thuishoren. Daarom wees hij deze vorderingen af. Wel werd de vordering toegewezen dat eiseres de helft van de hypotheeklasten aan gedaagde moet voldoen, aangezien zij de hoogte van het bedrag erkende.
De woning zou op 2 juli 2021 worden geleverd en op naam van beiden komen te staan. De voorzieningenrechter overwoog alvast dat bij een toekomstige procedure over wie de woning mag betrekken, het belang van gedaagde zwaarder weegt, mede omdat hij de woning zelfstandig kan financieren en zijn familie in de buurt woont. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vordering tot verdeling woning in kort geding afgewezen, wel betaling helft hypotheeklasten toegewezen.