Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser 1]
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, verweerder,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
bouwvlak[cursivering rechtbank] voor het gebouw de [# 1] wordt verkleind met circa 40 m in oostelijke richting. In het westelijk deel wordt een parkeerterrein aangelegd met groen/bomen.’
bouwvlakwaarbinnen het appartementengebouw mag worden opgericht met circa 40 m te verkleinen (de facto: te verschuiven in oostelijke richting), zodat het (appartementen)gebouw niet anders dan verder van de woningen van eisers mag worden opgericht. Eisers voeren aan dat bij de besprekingen voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan gesproken is over verkleinen, althans naar het oosten – en dus verder van hun percelen – verplaatsen van de grens van de bouwaanduiding gestapeld (de rechthoek met haaientanden), zoals weergegeven op de verbeelding van het ontwerp-bestemmingsplan, met 40 m naar het oosten. Weliswaar vindt dat standpunt steun in de door hen aangehaalde e-mailcorrespondentie van 22 maart 2018 van de wethouder, maar zo is de wijziging niet geformuleerd in het amendement zoals dat door de gemeenteraad uiteindelijk is aanvaard.
circa40 meter - naar het oosten, en dus verder weg van de percelen van eisers, opgeschoven ten opzichte van de grens van het bouwvlak die was opgenomen in het ontwerp. Deze uitwerking is een redelijke verwerking van het amendement, waarin immers sprake is van verkleining van het
bouwvlakin oostelijke richting en niet van de
bouwaanduiding (gestapeld). Zoals de vergunninghouder nog heeft aangevoerd, is daarmee ook in het bestemmingsplan vastgelegd dat in het verschoven deel van het bouwvlak in het geheel geen gebouw dichter bij de percelen van eisers is toegestaan. De publicatie op internet van het bestemmingsplan is daarom een redelijke verwerking van het amendement en daarmee niet onjuist.