De werknemer, in dienst sinds 2014 bij Stichting Paardrijden Gehandicapten 'De Blijde Ruiters', werd op 27 maart 2021 mondeling geconfronteerd met een gesprek waarin zij mogelijk haar ontslag zou hebben aangekondigd. De werkgever stelde dat de werknemer haar arbeidsovereenkomst had opgezegd, terwijl de werknemer dit ontkende en stelde dat zij zich ziek had gemeld na het gesprek.
De bedrijfsarts stelde vast dat de werknemer arbeidsongeschikt was door een medische aandoening, verergerd door werkgerelateerde factoren, en adviseerde bemiddelingsgesprekken. De kantonrechter oordeelde dat er geen duidelijke en ondubbelzinnige wilsverklaring was tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst en dat de werkgever onvoldoende had onderzocht of de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen.
De arbeidsovereenkomst blijft daardoor bestaan en de werknemer dient te worden toegelaten tot het werk zodra zij kan re-integreren. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 31 mei 2021, inclusief vaste vergoedingen en wettelijke verhoging, en tot vergoeding van proceskosten. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging wordt afgewezen.