Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de producties van de Gemeente Waterland
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser 1] c.s.
- de pleitnota van Gemeente Waterland.
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers, rekeninghouders van twee en-rekeningen bij de Rabobank, opheffing van het executoriaal beslag dat de Gemeente Waterland heeft gelegd ter invordering van een dwangsom van €50.000,00 die is verbeurd door eiser 3. De gemeente heeft beslag gelegd op tegoeden waarvan onduidelijk is of deze geheel aan eiser 3 toebehoren, aangezien de rekeningen gezamenlijk worden gehouden met zijn ouders.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beslag op een bedrag van €14.304,49 terecht is omdat dit bedrag tot het vermogen van eiser 3 behoort. Voor het beslag op de twee en-rekeningen met saldi van €6.881,12 en €60.013,48 geldt dat de Rabobank niet kan beoordelen of deze tegoeden aan eiser 3 toekomen. Omdat onduidelijk blijft wie materieel rechthebbende is, wordt de executie op deze rekeningen geschorst.
De voorzieningenrechter wijst erop dat duidelijkheid over het eigendom van de tegoeden kan worden verkregen via een bodemprocedure waarin bewijs kan worden geleverd, bijvoorbeeld door bankafschriften en getuigenverklaringen. Totdat hierover duidelijkheid is, wordt de executie geschorst en wordt partijen geadviseerd een minnelijke regeling te treffen of de bodemprocedure te starten.
De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het overige gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De executie van het dwangbevel wordt geschorst voor twee en-rekeningen vanwege onduidelijkheid over het materieel recht, het overige gevorderde wordt afgewezen.