ECLI:NL:RBNHO:2021:6784

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
12 augustus 2021
Zaaknummer
C/15/307738 / HA ZA 20-603 H
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens kennelijke fout in uitspraakdatum in civiele zaak

In deze civiele procedure tussen de man en de vrouw constateerde de rechtbank Noord-Holland dat in het vonnis van 24 maart 2021 abusievelijk de uitspraakdatum als 31 maart 2021 was vermeld. Na overleg met partijen en hun advocaten, die geen bezwaar hadden tegen het herstel, besloot de rechtbank deze kennelijke, voor partijen kenbare fout te corrigeren.

De rechtbank heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over het herstel, waarbij beide partijen instemden met de wijziging. De rechtbank bepaalde dat de datum in de aanhef, koptekst en ondertekening van het vonnis wordt aangepast naar de juiste datum 24 maart 2021.

Daarnaast werd bepaald dat deze verbetering wordt vermeld op de minuut van het vonnis en dat partijen de ontvangen grosse of afschrift van het vonnis na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank retourneren. Het vonnis is gewezen door rechter J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2021.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de uitspraakdatum in het vonnis van 31 maart 2021 naar 24 maart 2021 wegens een kennelijke fout.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/307738 / HA ZA 20-603
Herstelvonnis van 31 maart 2021
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
advocaat mr. D. Klein te IJmuiden,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. A.M. Buitenhuis te Nieuw-Vennep.
Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Op 24 maart 2021 is een vonnis gewezen en uitgesproken tussen partijen.
Na een telefonische reactie van de deurwaarder heeft de rechtbank geconstateerd dat de in het vonnis vermelde uitspraakdatum onjuist is, namelijk 31 maart 2021.
1.2.
De rechtbank heeft partijen op de hoogte gebracht van de onjuiste uitspraakdatum en van haar voornemen om de uitspraakdatum te verbeteren. Zij heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk op 29 maart 2021 er over uit te laten of zij kunnen instemmen met herstel van deze kennelijke verschrijving.
1.3.
In een e-mail van 26 maart 2021 heeft mr. Klein namens de man meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen het in stand laten van het vonnis zoals die op 24 maart 2021 is afgegeven met de datum 31 maart. Hij heeft verklaard dat partijen vóór 31 maart 2021 niets met het vonnis zullen doen en dat verzending van een nieuwe versie van het vonnis achterwege kan blijven.
1.4.
Op 29 maart 2021 heeft mr. Buitenhuis namens de vrouw in een e-mail laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een nieuw vonnis.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de vermelding van de datum 31 maart 2021 in het op 24 maart 2021 uitgesproken vonnis moet worden aangemerkt als een kennelijke, voor partijen kenbare, fout die zich leent voor eenvoudig herstel.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat in het op 24 maart 2021 tussen de man en de vrouw gewezen vonnis, de datum 31 maart 2021, vermeld in de aanhef van het vonnis, in de koptekst op pagina 2 t/m 10 en bij de ondertekening van het vonnis wordt gewijzigd in “24 maart 2021”.
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 31 maart 2021 wordt vermeld op de minuut van het vonnis gedateerd ‘31 maart 2021’ dat is uitgesproken 24 maart 2021,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 31 maart 2021 uitgesproken en afgegeven op 24 maart 2021 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2021. [1]

Voetnoten

1.type: 1155