Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Verloop van de procedure
- het e-mailbericht van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) van 23 december 2020;
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot adoptie van een minderjarige geboren via draagmoederschap in Canada, waarbij de wensvader adoptie wilde laten uitspreken en de Surrogacy Order als gerechtelijke vaststelling van vaderschap erkend wilde zien. De minderjarige is geboren uit een draagmoeder met een anonieme eiceldonor en de biologische vader is de vader uit het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat zij rechtsmacht heeft omdat de betrokkenen in Nederland wonen. Het Nederlandse recht is van toepassing op de adoptie, maar de rechtbank hield rekening met het Canadese recht en de internationale aspecten. De draagmoederschap was zorgvuldig en niet commercieel, met waarborgen voor het belang van het kind en de draagmoeder. Hoewel niet aan de wettelijke verzorgingstermijn van een jaar was voldaan, werd deze termijn buiten beschouwing gelaten wegens het belang van het kind en de stabiliteit van de opvoedsituatie.
De rechtbank stelde vast dat de draagmoeder geen gezag meer heeft en dat de adoptie in het belang van het kind is. De geslachtsnaam blijft ongewijzigd. De Surrogacy Order werd erkend als gerechtelijke vaststelling van vaderschap en de Canadese geboorteakte wordt ingeschreven in de Nederlandse registers. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken en hoger beroep is mogelijk.
Uitkomst: Verzoek tot adoptie door wensvader toegewezen en erkenning Surrogacy Order als gerechtelijke vaststelling vaderschap.