Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- het tussenvonnis van 7 april 2021
- de mondelinge behandeling van 5 juli 2021 en de pleitaantekeningen van de curator.
3.De feiten
- Na ondubbelzinnige gelijkluidende schriftelijke opdracht van de pandhouder en de Pandgever aan de Notaris tot uitbetaling van het depotbedrag of
- Na een in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat uitsluitsel geeft over de hiervoor in sub 5 vermelde vraag of de Pandgever rechtmatig mocht betalen aan de pandhouder, subsidiair aan de Schuldenaren, of dat de betaling als onrechtmatig of paulianeus kwalificeert(…)
4.Het geschil
5.De beoordeling
3.540,00(2,0 punten × tarief € 1.770,00)