ECLI:NL:RBNHO:2021:6984

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 augustus 2021
Publicatiedatum
19 augustus 2021
Zaaknummer
8947036 \ CV EXPL 20-5204 (ES)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:405 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling redelijke factuur voor videobewerkingsdiensten toegewezen

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een factuur voor videobewerkingsdiensten die zij aan gedaagde heeft geleverd. Eiseres, een ZZP'er, heeft werkzaamheden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht en factureerde een bedrag van € 376,10, dat onbetaald bleef. Naast dit bedrag vordert zij ook incassokosten en wettelijke handelsrente.

Gedaagde betwist betaling op grond van vermeende slechte uitvoering en andere afspraken, maar erkent per e-mail akkoord te zijn met negen gewerkte uren. De kantonrechter oordeelt dat het overeengekomen loon redelijk is, gebaseerd op een uurloon van € 33,33. Het verweer van gedaagde is onvoldoende onderbouwd en wordt verworpen.

De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief de buitengerechtelijke incassokosten conform het toepasselijke Besluit en de wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Tevens worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 453,67 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 8947036 \ CV EXPL 20-5204 (ES)
Uitspraakdatum: 12 augustus 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres] h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiseres]
wonende te [woonplaats]
eiseres
verder te noemen: [eiseres]
gemachtigde: Rechtshulp Nederland B.V.
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [bedrijfsnaam gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] een bedrag aan [eiseres] moet betalen voor het verrichten van diensten (videobewerking). De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is nu [gedaagde] aan [eiseres] een redelijk loon verschuldigd is. De kantonrechter wijst de vordering toe.

1.Het procesverloop

1.1.
[eiseres] heeft bij dagvaarding van 15 december 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is ZZP-er en levert diensten op audiovisueel gebied.
2.2.
Tussen [eiseres] en [gedaagde] bestaat een overeenkomst van opdracht voor het bewerken van bestaande en het opnemen van nieuwe video’s door [eiseres] voor [gedaagde] . [eiseres] heeft op grond van deze overeenkomst werkzaamheden verricht en daarvoor een factuur met factuurdatum 26 augustus 2020 aan [gedaagde] verstuurd ten bedrage van € 376,10. De factuur is onbetaald gebleven.

3.De vordering

3.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 453,67.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een overeenkomst van opdracht gesloten. Voor de door [eiseres] uitgevoerde werkzaamheden heeft [eiseres] een factuur met factuurdatum 26 augustus 2020 aan [gedaagde] gestuurd, ter hoogte van € 376,10. Deze factuur heeft [gedaagde] , ondanks aanmaningen, niet betaald. Daarmee is [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de overeenkomst en in verzuim. [eiseres] maakt dan ook aanspraak op betaling van dat bedrag. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 68,77 aan buitengerechtelijke incassokosten, een bedrag van € 8,80 aan wettelijke handelsrente (tot datum dagvaarding) en de wettelijke handelsrente vanaf datum dagvaarding.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] voert verweer. Op haar stellingen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] de door [eiseres] aan haar gestuurde factuur ter hoogte van € 376,10 moet betalen. De kantonrechter zal de vordering toewijzen en overweegt hiertoe het volgende.
5.2.
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] vindt dat zij de factuur niet hoeft te betalen omdat [eiseres] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en omdat partijen andere afspraken hebben gemaakt dan [eiseres] aanvoert en factureert.
5.3.
Wat betreft de afspraken tussen partijen over de te verrichten werkzaamheden en de (hoogte van de) factuur oordeelt de kantonrechter als volgt. Uit de door partijen overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt dat [gedaagde] akkoord is met een factuur voor negen uur. Bij e-mail van 21 augustus 2020 schrijft [gedaagde] immers het volgende aan [eiseres] :
“(…)De afgesproken uren dat er is verricht voor de werkzaamheden tot nu toe hebben wij besproken dat dit 8 uren zijn. Omdat ik vind dat [bedrijfsnaam eiseres] erg gedreven is en van goed wil is en al behoorlijk tijd erin heeft gestoken wil ik bij deze 9 UREN afspreken. [bedrijfsnaam eiseres] kan op het factuur vanaf 22 Augustus 2020 extra uur op het factuur zetten.9 uur in totaal betreft:- 3 x proefsessie- 1 x test microfoon- level 1 week 1(…)”
5.4.
Voor de door [eiseres] verrichte werkzaamheden is [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter ‘loon’ als bedoeld in artikel 7:405 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen het overeengekomen loon, of, indien de hoogte daarvan niet is bepaald, het op gebruikelijke wijze berekende loon dan wel, bij gebreke daarvan, een redelijk loon verschuldigd. De hoogte van de door [eiseres] aan [gedaagde] gestuurde factuur is € 300,00 exclusief reiskosten. Uitgaande van de negen uur die [gedaagde] in haar e-mail aan [eiseres] wil afspreken komt dit neer op een uurloon van € 33,33. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit een redelijk loon. De reiskosten ter hoogte van € 10,83 heeft [gedaagde] niet (voldoende gemotiveerd) betwist en dient zij derhalve te betalen.
5.5.
Het door [gedaagde] gevoerde verweer dat [eiseres] de werkzaamheden niet naar behoren heeft uitgevoerd heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan.
5.6.
Dit betekent dat [gedaagde] gehouden is de factuur van 26 augustus 2020 ad € 376,10 te voldoen. Nu [gedaagde] in verzuim is met de betaling zal ook de gevorderde wettelijke handelsrente worden toegewezen.
5.7.
[eiseres] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
5.8.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiseres] zal toewijzen.
5.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 453,67, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 376,10 vanaf 15 december 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 86,85
griffierecht € 85,00
salaris gemachtigde € 150,00 ;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter