Schuldenares heeft bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moest beoordelen of zij aan de wettelijke voorwaarden voldeed, met name of haar schulden te goeder trouw zijn ontstaan.
Uit het dossier blijkt dat schuldenares in het verleden twee keer grote bedragen van haar werkgevers heeft verduisterd en daarvoor civielrechtelijk tot terugbetaling is veroordeeld. Hoewel deze schulden ouder zijn dan vijf jaar en daardoor niet direct toelating tot de wsnp in de weg staan, heeft schuldenares ook een recente schuld aan het UWV. Deze schuld betreft een onterecht ontvangen inkomensaanvulling over de periode januari 2019 tot januari 2020.
De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan van deze recente schuld. Daarom wordt haar verzoek om toelating tot de wsnp afgewezen. Dit betekent dat de schuldeisers haar nog steeds tot betaling kunnen dwingen.
De uitspraak is gedaan door rechter H.A.M. Röell-Mulder op 10 augustus 2021 te Haarlem. Schuldenares kan deze beslissing binnen acht dagen aanvechten bij het gerechtshof Amsterdam, uitsluitend met bijstand van een advocaat.