Eiser exploiteert een agrarisch bedrijf waar jarenlang mest werd opgeslagen op een betonnen plaat met een opslagtank eronder en waar in het weideseizoen een melkkar werd geplaatst. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Schagen, legde eiser een last onder dwangsom op om deze mestopslag en de melkkar te verwijderen vanwege het ontbreken van de vereiste omgevingsvergunningen.
Eiser betwist dat sprake is van een mestopslag omdat de opslagtank verwijderd zou zijn en stelt dat hij toestemming had voor het plaatsen van de melkkar. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mestopslag als één bouwwerk geldt en dat eiser wist dat hiervoor een vergunning nodig was, die nooit is verleend. Ook het plaatsen van de melkkar zonder vergunning is een overtreding. Er is geen concreet zicht op legalisatie van beide bouwwerken, mede vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan en milieuregels.
Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat verweerder bevoegd is handhavend op te treden en geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die handhaving in de weg staan. De voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de begunstigingstermijn voor het verwijderen van de mestopslag en melkkar wordt verlengd tot zes weken na verzending van de uitspraak om dwangsommen te voorkomen.