Vicino vordert betaling van een bedrag van €330.011 van [gedaagde] wegens ten onrechte gedeclareerde zorgkosten in de periode 2016-2018. De rechtbank onderzoekt of zij mag terugkomen op een eerdere bindende eindbeslissing en beoordeelt de uitleg van artikel 11.7 van de samenwerkingsovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat terugkomen op de eerdere eindbeslissing niet mogelijk is omdat Vicino haar standpunt te laat heeft aangevuld. Artikel 11.7 biedt Vicino een zelfstandige grondslag om ten onrechte gedeclareerde zorgkosten terug te vorderen, zonder dat sprake is van een boetebeding. De rechtbank wijst het beroep van [gedaagde] af dat hij recht zou hebben op een redelijke vergoeding van de geleverde zorg.
Vast staat dat [gedaagde] zorgkosten ten onrechte heeft gedeclareerd door basis-psychologen GB-GGZ zorg te laten verlenen zonder directe betrokkenheid van een regiebehandelaar en deze zorg op naam van een GZ-psycholoog te declareren. De rechtbank wijst de vordering van Vicino toe tot een bedrag van €323.363,12 na verrekening en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van wettelijke rente vanaf 27 oktober 2018. De vorderingen van [gedaagde] in reconventie worden afgewezen.