Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Jan Keezer B.V.
Rechtbank Noord-Holland
In deze arbeidszaak stond centraal of er een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen tussen eiser en Jan Keezer B.V. en of de opzegging door de werkgever vóór aanvang van de werkzaamheden rechtsgeldig was. De kantonrechter stelde vast dat partijen essentiële onderdelen van de arbeidsovereenkomst hadden overeengekomen, ondanks het ontbreken van een handtekening. De arbeidsovereenkomst was daarmee geldig en van kracht vanaf 1 mei 2021.
De werkgever had de arbeidsovereenkomst opgezegd per 28 april 2021, nog voordat eiser was begonnen met werken. Deze opzegging werd door de kantonrechter als ongeldig beoordeeld omdat er geen toestemming van het UWV was en eiser niet had ingestemd met de opzegging. De opzegging werd daarom vernietigd.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiser ziek was vanaf de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst en recht had op loon conform de toepasselijke cao. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het salaris vanaf 1 mei 2021, met wettelijke rente. De wettelijke verhoging werd gematigd vanwege de omstandigheden. Ten slotte droegen partijen ieder hun eigen proceskosten vanwege het niet verschijnen van eiser op de zitting.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst vóór aanvang van de werkzaamheden is vernietigd en de werkgever is veroordeeld tot betaling van loon vanaf 1 mei 2021.