ECLI:NL:RBNHO:2021:7344

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 september 2021
Publicatiedatum
27 augustus 2021
Zaaknummer
8902426
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:224 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vordering afrekening na einde huur woning

Eiser vordert betaling van een afrekening na het einde van een huurovereenkomst van een woning. De kantonrechter beoordeelt de bewijsstukken en stellingen over de verschuldigdheid van internet- en schoonmaakkosten.

Eiser overlegt een e-mail van Start Home over internetkosten 2017 en een verklaring over schoonmaakkosten, maar Start Home betwist dat deze kosten ook voor 2018 en later verschuldigd zijn. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs levert dat de afspraken over internetkosten ongewijzigd bleven na 2017. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de woning bij oplevering in slechtere staat verkeerde dan bij aanvang huur, zodat schoonmaakkosten niet toegewezen worden.

De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen tot €2.212,01, het saldo van de afrekening minus internet- en schoonmaakkosten. Daarnaast wordt wettelijke handelsrente vanaf 26 augustus 2020 toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke maximum en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen tot €2.212,01 exclusief internet- en schoonmaakkosten, met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8902426 \ CV EXPL 20-10108
Uitspraakdatum: 1 september 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. E.W.M. Aalsma
tegen
Start Home Rentals Spijkenisse B.V.
gevestigd te Rotterdam
gedaagde
verder te noemen: Start Home
gemachtigde: [vertegenwoordiger]

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Naar aanleiding van hetgeen de kantonrechter bij tussenvonnis van 4 mei 2021 heeft opgedragen, heeft [eiser] op de rolzitting van 2 juni 2021 twee producties overgelegd, bestaande uit een e-mail van Start Home aan [eiser] van 20 april 2018 over de afrekening voor het jaar 2017 en een verklaring per e-mail van [eiser] van 21 mei 2021 over de schoonmaakkosten.
1.2.
Hoewel Start Home daartoe wel in de gelegenheid is gesteld, heeft zij niet meer op de door [eiser] overgelegde producties gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. [eiser] is daarbij in de gelegenheid gesteld zijn stellingen te bewijzen dat Start Home ook de internetkosten en de schoonmaakkosten, genoemd op de afrekening, verschuldigd is zoals onder 6.3 van het tussenvonnis nader omschreven.
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is [eiser] niet geslaagd in dat bewijs. Ten aanzien van de internetkosten volgt uit de e-mail van Start Home van 20 april 2018 slechts dat Start Home de internetkosten over 2017 verschuldigd was. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat tussen partijen sinds 6 januari 2013 een overeenkomst voor het verrichten van enkele diensten bestond, op grond waarvan Start Home de internetkosten sinds 2013 verschuldigd was en dat deze afspraken sinds 2013 hetzelfde zijn gebleven, zodat de afspraken voor de internetkosten in 2017 ook vanaf 2018 nog golden, maar Start Home heeft dit betwist en zich op het standpunt gesteld dat de afspraken vanaf 2018 zijn gewijzigd, omdat zij de woning toen zelf is gaan huren en dat zij vanaf dat moment de internetkosten niet (meer) verschuldigd was. Omdat [eiser] zich beroept op de rechtsgevolgen van de afspraken – namelijk dat Start Home de internetkosten ook voor 2018 en 2019 moet betalen – welke afspraken door Start Home worden betwist, was het aan [eiser] om te bewijzen dat de oorspronkelijke afspraken vanaf 2018 nog altijd golden. Dat bewijs is niet geleverd met de overgelegde mail waaruit (slechts) de afspraken tot 2018 blijken. Het deel van de vordering dat ziet op de internetkosten zal dan ook worden afgewezen.
2.3.
Ook is [eiser] niet geslaagd in het bewijs dat Start Home de schoonmaakkosten verschuldigd is. Uit de verklaring van [eiser] per e-mail van 21 mei 2021 – welke verklaring niet door Start Home is betwist en dus in zoverre vast staat – blijkt alleen dat de woning is verlaten zonder deze schoon te maken ‘
na ca. 7 jaar bewoond te zijn geweest door 6 steiger bouwers’ en dat ‘
De in rekening gebrachte kosten voor schoonmaak maar een fractie zijn van het totaal’. [eiser] heeft hiermee niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat de woning bij oplevering in slechtere staat verkeerde dan bij het aangaan van de huurovereenkomst als bedoeld in artikel 7:224 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Ook heeft [eiser] met deze verklaring niet onderbouwd dat Start Home op een andere grond de schoonmaakkosten verschuldigd is, zodat dit deel van de vordering ook niet zal worden toegewezen. De enkele opmerking dat de woning na vier maanden ‘
inmiddels in zn geheel gerenoveerd’ is, zegt ook niets over de staat waarin de woning verkeerde bij het aangaan van de huurovereenkomst en de staat van de woning toen die weer werd opgeleverd. De renovatie kan immers ook een renovatie zijn ten opzichte van de staat van de woning toen de huurovereenkomst werd aangegaan.
2.4.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] gedeeltelijk zal toewijzen, te weten tot een bedrag van € 2.212,01. Dit is het saldo van alle posten van de afrekening van 1 juli 2020 (€ 4.513,57) verminderd met de internet- en schoonmaakkosten (€ 2.301,56).
Wettelijke handelsrente over hoofdsom
2.5.
De gevorderde wettelijk handelsrente over de hoofdsom is niet betwist en zal vanaf 26 augustus 2020 worden toegewezen.
Gerechtelijke kosten
2.6.
[eiser] maakt aanspraak op de daadwerkelijk door hem gemaakte gerechtelijke kosten. De kantonrechter ziet echter geen aanleiding om af te wijken van een kostenveroordeling waarbij het salaris van de advocaat wordt begroot volgens het liquidatietarief.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.7.
[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe Start Home zal worden veroordeeld.
Rente over buitengerechtelijk incassokosten
2.8.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van Start Home, omdat zij ten aanzien van een groot deel van de vordering ongelijk krijgt. Daarbij wordt Start Home ook veroordeeld tot betaling van € 109,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Start Home tot betaling aan [eiser] van € 2.212,01, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 26 augustus 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt Start Home tot betaling aan [eiser] van € 401,48 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw;
3.3.
veroordeelt Start Home tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 106,47
griffierecht € 236,00
salaris gemachtigde € 654,00 (3x € 218,00);
3.4.
veroordeelt Start Home tot betaling van € 109,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter