ECLI:NL:RBNHO:2021:7427
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing TOZO-uitkering wegens langdurig verblijf in het buitenland zonder dringende redenen
Eiser, een ondernemer ingeschreven in Nederland, verbleef gedurende de coronaperiode langdurig in Zweden vanwege een opleiding en het uitoefenen van zijn bedrijf. Hij diende aanvragen in voor TOZO-uitkeringen, die aanvankelijk werden toegekend, maar later werden ingetrokken omdat hij niet in Nederland verbleef.
De rechtbank volgt het arrest van het Hof van Justitie van de EU en eerdere jurisprudentie en stelt vast dat de TOZO-uitkering kwalificeert als een sociale bijstandsuitkering, niet als sociale zekerheidsuitkering onder Verordening EG 883/2004. Hierdoor is de uitsluitingsgrond van artikel 13 lid 1 sub e van Pro de Participatiewet van toepassing, die verblijf buiten Nederland langer dan 28 dagen verbiedt.
Eiser voerde aan dat hij vanwege coronamaatregelen en gezondheidsrisico's niet kon terugkeren en dat de TOZO-uitkering geëxporteerd zou moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand wegens langdurig verblijf in het buitenland zonder zeer dringende redenen.