Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2021 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil18. In geschil is of terecht en zo ja, naar het juiste bedrag, overdrachtsbelasting is nageheven. In het bijzonder is daarbij in geschil of sprake is van een onroerend-goedlichaam. Niet in geschil is dat voldaan wordt aan de doeleis van artikel 4, eerste lid, letter a, van de WBR. In geschil is of wordt voldaan aan de bezitseis in dat artikel. Daarbij verschillen partijen over de vraag wat de waarde in het economische verkeer van de panden is.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot op een bedrag van € 652.606;
- vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 625;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.