Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Het rapport van de verzekeringsarts is niet aan verweerder toegezonden en maakt ook geen deel uit van het procesdossier.
Bij het primaire besluit van 16 mei 2019 wijst verweerder de aanvraag af, onder verwijzing naar het rapport van de arbeidsdeskundige van het Uwv.
Bij brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 11 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bericht dat, samengevat, is gebleken dat de regeling Individuele studietoeslag Participatiewet niet aan het door de wetgever gestelde doel voldoet en aanpassing behoeft. Het wettelijk criterium ‘niet in staat zijn het WML te verdienen’ dekt niet het beoogde doel en in afwachting van een bredere wettelijke aanpassing wordt aangegeven dat het criterium als volgt moet worden geïnterpreteerd: ‘door een medische beperking naast de studie niet kunnen bijverdienen’. Daarbij is tevens aangegeven dat gemeenten het huidige criterium in artikel 36b, eerste lid, onder d van de Pw moeten interpreteren als: ‘door een medische beperking naast de studie niet kunnen bijverdienen’.
De arbeidsdeskundige reageert op 2 oktober 2019 en geeft aan dat hij bij zijn beoordeling is uitgegaan van de door de verzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid en, omdat er nog niet is geconcludeerd dat de verzekeringsarts op basis van de lopende bezwaarzaak de door hem vastgestelde belastbaarheid moet bijstellen, vermeldt hij niet anders te kunnen adviseren dan in het rapport van 30 april 2019. Verder geeft hij aan dat de gewijzigde interpretatie van het criterium bij de beleidsafdeling bekend is, maar nog wordt onderzocht in hoeverre en hoe hier in de uitvoering invulling aan moet worden gegeven. Ook op dit punt ziet hij daarom (nog) geen aanleiding anders te adviseren.
De beoordeling
Het rapport van de verzekeringsarts bevat niet een dergelijk onderzoek naar de (on)mogelijkheden van eiser.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verweerder aan het bestreden besluit een advies ten grondslag heeft gelegd dat niet voldoet aan het op dat moment geldende criterium, zodat dit besluit moet worden vernietigd. Alhoewel eiser verweerder in gebreke had gesteld en besluitvorming plaats moest vinden, is, zoals overwogen, niet gebleken dat verweerder niet voldoende gelegenheid had om alsnog het juiste advies te krijgen.
De rechtbank kan niet zelf in de zaak voorzien, omdat op basis van de aanwezige stukken niet kan worden geconcludeerd dat eiser al dan niet structureel kan bijverdienen naast zijn studie. Dat vergt het oordeel van een deskundige. Verweerder dient alsnog het juiste advies aan te vragen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 16 mei 2019;
- draagt verweerder op binnen vier weken na deze uitspraak een nieuw medisch advies aan te vragen voor de beoordeling van de studietoeslag, waarbij de vraag is of eiser op de datum van de aanvraag door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven;