5.3.De activa van [L] B.V. zijn gekocht door de door [N] opgerichte vennootschap [O] B.V (hierna: [O] ). (Een deel van) de [L] -winkels (is) zijn door [O] voortgezet onder de naam [L] . De shop-in-shops zijn door [O] (uiteindelijk) niet gecontinueerd. Wel zijn de voorraden en de inventaris van de shop-in-shops overgenomen door [L] voor een bedrag van € 3.171.182 (€ 2.671.182 voor de voorraad en € 500.000 voor de inventaris).
6. [I] is met ingang van 23 februari 2016 in staat van faillissement verklaard. Tegelijk met het faillissement van [I] is ook het faillissement van (onder meer) [J] en [K] uitgesproken.
7. Vóór het faillissement van [J] en [K] , namelijk op 14 februari 2016, is één winkelvestiging van [K] gesloten. Na het faillissement en vóór de overname door [X] , namelijk op 25, 28 en 29 februari 2016, zijn een drietal winkelvestigingen van [J] door de curator gesloten.
8. In de interne brief van 22 februari 2016 van het management van [I] aan de medewerkers is onder meer het volgende opgenomen:
“Het is nu duidelijk geworden dat er geen doorstart van [M] mogelijk zal zijn. Ook is het ons recent duidelijk geworden dat binnen de toekomstige strategie van de nieuwe eigenaren van [L] geen plaats is voor [J] Shop in Shops.
(…)
Wij vragen jullie per direct en tot nader order om geen verplichtingen meer aan te gaan, geen betalingen meer te doen en geen orders meer af te geven. (…) Om misverstanden te voorkomen, vooralsnog blijven alle kantoren en alle winkels open om onze klanten te bedienen.”
9. Eiseres heeft op 20 maart 2016 met de curatoren overeenstemming bereikt over de overname van [J] en [K] met ingang van die datum. Deze overeenstemming is neergelegd in een koopovereenkomst genaamd “Asset purchase agreement regarding certain assets of [K] B.V., [J] B.V. and certain wholesale entities” (hierna: de koopovereenkomst). De koopovereenkomst heeft als datum 22 maart 2016.
10. In de koopovereenkomst is overeengekomen dat eiseres de activiteiten van [J] en [K] overneemt door middel van een overname van de inventaris en inrichting, de intellectuele eigendomsrechten, de winkelvoorraden en de contanten in de kassa’s van de winkels. Van de koop zijn uitgezonderd onder meer de activiteiten gerelateerd aan de [J] shop-in-shops in de [L] -winkels. In artikel 1.1 (Definitions) van de koopovereenkomst is, voor zover van belang, als volgt bepaald:
“In this Agreement:
(…)
“
Assets” means all assets in respect of the Business, consisting of (i) the Fixtures and Fittings, (ii) the IP Rights, (iii) the Stock and the cash in the cash registers of the Stores at the Effective Date.
(…)
“
Business” means the [J] and [K] business and activities carried out in The Netherlands (including web stores) at the Effective Date, excluding, for the avoidance of doubt, (…) (ii) business and activities relating to [J] shop-in-shops at [L] stores.
(…)
“
Fixtures and Fittings” the owned fixtures, fittings and equipment (e.g. cash tills) located at the Stores at the Effective Date, (…) excluding, for the avoidance of doubt, fixtures and fittings of [J] shop-in-shops in [L] stores.
(…)
“
Stock” means all stock (
voorraad) related to the Business and the wholesale business of the Pledgors, (…) irrespective of its whereabouts (e.g. in Stores, warehouses or at sea), (…).”
In artikel 3 (Sale and Purchase) van de koopovereenkomst is, voor zover van belang, als volgt bepaald:
“3.1. Subject to the terms of this Agreement, the Seller (…) agrees to sell and hereby sells (
verkoopt) the Assets to the Purchaser who agrees to purchase and hereby purchases (
koopt) the Assets.”
11. Eiseres heeft met dagtekening 19 mei 2016 voor [J] en voor [K] een formulier “Melding Loonheffingen overdracht van activiteiten” aan verweerder gezonden. Op beide formulieren is als datum overdracht van de activiteiten aangegeven 20 maart 2016. Het door eiseres ingevulde percentage van overdracht is 100%.
12. De huurovereenkomsten van de voortgezette winkelvestigingen maakten geen onderdeel uit van de koopovereenkomst. Wel bevat de koopovereenkomst afspraken over een procedure met betrekking tot de huurovereenkomsten. De huurovereenkomsten van de door eiseres voortgezette winkelvestigingen zijn door eiseres voortgezet.
13. Het personeel van [J] en [K] maakte geen onderdeel uit van de koopovereenkomst. De personeelsleden hebben ontslag gekregen en voor hen is een faillissementsuitkering aangevraagd. Een deel van het personeel is via een uitzendconstructie in de verschillende winkels van [J] en [K] tewerkgesteld. In november 2016 is een deel van de ingehuurde uitzendkrachten in dienst getreden bij eiseres.
14. [J] was tot 1 januari 2014 eigenrisicodrager voor de Werkhervatting(s-uitkering) gedeeltelijk arbeidsgeschikten (hierna: WGA(-uitkering)). Met ingang van 1 januari 2014 is het eigenrisicodragerschap beëindigd en is [J] publiek verzekerd.
15. [K] was tot het moment van faillissement eigenrisicodrager voor de WGA en de Ziektewet (hierna: ZW).
16. [X] is publiek verzekerd voor de WGA en de ZW.
17. In de beschikking Whk is het gedifferentieerde premiepercentage Werkhervattingskas (hierna: Whk) vastgesteld op 0,53%. Dit percentage is opgebouwd uit de volgende premiecomponenten:
- premiecomponent voor WGA-lasten: 0,45%
- premiecomponent voor ZW-lasten: 0,08%
18. Bij de uitspraak op bezwaar is het gedifferentieerde premiepercentage Whk gewijzigd van 0,53% naar 1,04%. Daarbij is het percentage ZW ongewijzigd gebleven op 0,08% en is het percentage WGA gewijzigd van 0,45% naar 0,96%. Hierbij heeft verweerder het volgende aangegeven:
“Deze wijziging ontstaat omdat er na herberekening nog een aantal WGA uitkeringen in de toerekening zijn meegenomen, conform bijgevoegd overzicht. Het betreft hier een aantal WGA vast uitkeringen, die in het kader van de WGA totaal lasten in de toerekening komen. U had redelijkerwijs kunnen weten dat ook deze uitkeringen toegerekend gaan worden. Het UWV verstrekt immers sinds 2016 verhaalsbeslissingen, waar deze uitkeringen op vermeld staan.”