Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 september 2021 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Assets” means all assets in respect of the Business, consisting of (i) the Fixtures and Fittings, (ii) the IP Rights, (iii) the Stock and the cash in the cash registers of the Stores at the Effective Date.
Business” means the [J] and [K] business and activities carried out in The Netherlands (including web stores) at the Effective Date, excluding, for the avoidance of doubt, (…) (ii) business and activities relating to [J] shop-in-shops at [L] stores.
Fixtures and Fittings” the owned fixtures, fittings and equipment (e.g. cash tills) located at the Stores at the Effective Date, (…) excluding, for the avoidance of doubt, fixtures and fittings of [J] shop-in-shops in [L] stores.
Stock” means all stock (
voorraad) related to the Business and the wholesale business of the Pledgors, (…) irrespective of its whereabouts (e.g. in Stores, warehouses or at sea), (…).”
verkoopt) the Assets to the Purchaser who agrees to purchase and hereby purchases (
koopt) the Assets.”
Geschil19. In geschil is of sprake is van een gehele of van een gedeeltelijke overname van de activiteiten van [J] en [K] door eiseres. Niet langer is in geschil dat verweerder bij uitspraak op bezwaar ten onrechte het gedifferentieerde premiepercentage Whk heeft verhoogd.
categorie werkgeversverstaan:
Hoogte proceskostenvergoeding
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder een nieuwe beschikking Whk voor het jaar 2017 neemt met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.687,50;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.312,50;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.798,75;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.