ECLI:NL:RBNHO:2021:7886
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdheidsuitspraak inzake melding oneigenlijk gebruik gemeentegrond ongegrond verklaard
Op 18 september 2020 diende opposant een melding in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad over het vermeende oneigenlijk gebruik van gemeentegrond door een projectontwikkelaar. Na het uitblijven van een besluit op deze melding startte opposant op 2 februari 2021 een beroepsprocedure tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde zich op 15 april 2021 onbevoegd omdat de reactie van het college geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
Tegen deze onbevoegdheidsuitspraak stelde opposant verzet in. Hij stelde dat hij wel degelijk een verzoek tot handhaving had gedaan dat door de gemeente werd genegeerd. De rechtbank onderzocht of de eerdere uitspraak terecht was en concludeerde dat de melding van 18 september 2020 geen verzoek tot handhaving was. Opposant had weliswaar een melding en een verzoek om schriftelijke uitleg gedaan, maar dit kwalificeerde niet als een besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan.
De rechtbank oordeelde dat de melding en het vermeende handhavingsverzoek verschillende nummers hadden en dat opposant bekend was met het verschil tussen een melding en een handhavingsverzoek. De rechtbank bevestigde dat de eerdere uitspraak zonder zitting en terecht was gedaan omdat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 15 april 2021 bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdheidsuitspraak wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.