Verzoekers hebben op 4 juni 2021 verzocht tot opheffing van het bewind dat op 30 juli 2020 was ingesteld wegens problematische schulden. Zij stellen dat hun financiële situatie is verbeterd, dat zij sinds maart 2020 geen gebruik meer maken van de voedselbank en dat zij hun geldzaken weer zelfstandig kunnen beheren.
De bewindvoerder voert verweer en stelt dat er nog schulden zijn, dat verzoekers een gezamenlijke bijstandsuitkering ontvangen en dat de schuldaflossing beperkt blijft tot €100 per maand vanwege frequente extra geldvragen. Ook wordt de communicatie als moeizaam en denigrerend omschreven.
De kantonrechter overweegt dat de communicatie tussen partijen moeizaam verloopt, maar dat verzoekers aannemelijk hebben gemaakt dat zij hun financiële situatie kunnen beheren. Er is nog slechts één schuldeiser, de belastingdienst, wat niet als problematisch wordt gezien. De kantonrechter acht het daarom verantwoord het bewind op te heffen, met ingang van twee weken na de uitspraak.