Opposante heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de beroepstermijn zou zijn ingediend.
In het verzet stelt opposante dat de inspecteur de uitspraak op bezwaar niet aan haar gemachtigde heeft toegezonden, maar alleen aan haarzelf. De gemachtigde is pas rond eind december 2020 bekend geraakt met de uitspraak en heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur nog niet de gelegenheid heeft gehad om op deze stelling te reageren en dat daarom niet kan worden vastgesteld wanneer de uitspraak op bezwaar op de juiste wijze is bekendgemaakt. Hierdoor had de rechtbank het beroep niet buiten zitting mogen afdoen.
Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de zaak wordt op een zitting verder behandeld. Tevens worden de proceskosten van opposante toegewezen aan haar ten laste van de inspecteur.